Vragenderwijs

Cameravrees

Soms bellen ouders om video-interactiebegeleiding aan te vragen. Soms krijgen ze dit advies en nemen ze het met enige twijfel in overweging. ‘Want eh… worden we dan gefilmd? Nou, onze zoon laat dat gedrag vast niet zien als hij een camera ziet.’ Cameravrees 

Het zou jammer zijn als vanwege cameravrees geen gebruik kan worden gemaakt van video-interactiebegeleiding. Eigenlijk gunnen we het elk adoptiegezin: een adoptiedeskundige die even meekijkt hoe het met de hechting gaat, die tips geeft en meedenkt over antwoorden op vragen die je hebt. Want je hoeft als adoptieouder niet zelf het wiel opnieuw uit te vinden.
Maar een beetje cameravrees is best voorstelbaar. Het is ook spannend om jezelf voor de (video)camera te laten zien. Het is vooral een gevoelskwestie, het kan kwetsbaar voelen. Je denkt als volwassene zelf na over je gedrag. Het kan misschien zelfs als beoordeling voelen. Maar dat is het laatste wat onze video-interactie collega’s komen doen.

Wat kun je nu eigenlijk verwachten van zo’n video-opname? Collega Zindzi Folmer, video-interactiebegeleider, vertelt: “Bij een opname bij een gezin thuis zet ik altijd vrij snel mijn camera aan. Het is eigenlijk een verlengstuk van mijn hand. Geen grote camera met microfoonstok of camera’s op verschillende plekken in huis. Ik film de interactie die plaatsvindt tussen ouder en kind. Dat kan van alles zijn, bijvoorbeeld eten of drinken aan tafel, een spelletje, in de tuin voetballen, samen met ouders knutselen. Zolang er maar geen scherm (tv, iPad of telefoon) bij komt kijken. Ik blijf ongeveer een uur in huis. In principe ben ik er wel, maar ook weer niet. Er zijn in dat uur geen uitgebreide gesprekken. Tijdens het bezoek staat de camera denk ik 30 tot 40 minuten aan. Natuurlijk speel ik in op wat er bij een kind gebeurt. Als kinderen de camera heel interessant vinden, draai ik mijn schermpje altijd even naar ze toe, zodat zij kunnen zien wat ik zie. Als ik merk dat kinderen echt angstig zijn voor de camera zet ik die soms pas veel later aan en ga ik eerst aan tafel een kopje thee meedrinken. Het is echt maatwerk.” “Het mooie is dat je op de videobeelden vaak kunt zien dat adoptiekinderen soms heel subtiele signalen uitzenden. Om contact te leggen of om iets duidelijk te maken. Dat gebeurt soms op onhandige manieren, waardoor het niet altijd kan worden begrepen. Via de opnames worden die signalen vaak duidelijk en kan de video-interactiebegeleider laten zien wat er gebeurt. De camerabeelden worden op een later tijdstip nabesproken en aan de ouders overhandigd. Ze worden niet verder verspreid of bewaard bij Adoptievoorzieningen.”

Schoolconsult: ‘Hoe moet een leerkracht reageren?’

Een intern begeleider van een basisschool belt over een geadopteerd jongetje bij haar op school: ‘Hij is 8 jaar en zit in groep 4. Bij de leerkracht laat hij merken dat hij veel vragen heeft over zijn achtergrond. We hebben dit met de adoptieouders besproken, maar die zeggen dat hij bij hen nooit iets vraagt en dat ze hem daarom nog niet hebben verteld hoe het precies zit. Ze willen ermee wachten tot hij eraan toe is. Waar doen we nu goed aan, hoe moet de leerkracht reageren als hij bij haar met vragen komt?’

De nazorgmedewerker lijkt het een goed idee om nogmaals een gesprek met de adoptieouders aan te gaan om tot een goede afstemming te komen. “Misschien kunnen wij hier ook iets in betekenen? Je kunt ouders aanbieden om eerst een belafspraak met ons te maken, zodat we mee kunnen denken over het bespreekbaar maken van het onderwerp en over de afstemming tussen thuis en school.”
Er wordt afgesproken dat de intern begeleider met de ouders in gesprek zal gaan en dit aan de ouders zal aanbieden. Als ze er niet uitkomen zal de school opnieuw contact met ons opnemen.

Ik weet het niet

In de mailbox zit een mailtje van Vera, ze is negentien jaar en net begonnen met studeren. De laatste tijd voelt ze zich somber en dat gevoel stopt niet. Ze weet niet of dit met haar adoptieachtergrond te maken heeft. Of wij misschien een idee hebben?

Na een mailtje van ons met de vraag of we met haar mogen bellen krijgen we haar telefoonnummer. Met een doffe stem neemt Vera op. Ze vertelt dat ze op driejarige leeftijd uit Colombia naar Nederland is gekomen. Opgevoed door lieve ouders, heeft ze zich nooit echt thuis gevoeld. Dat vindt ze erg, vooral voor haar ouders: “Ze houden van me, maar onze karakters zijn anders. En als mijn moeder nu vraagt wat er aan de hand is, kan ik alleen maar zeggen dat ik het niet weet!” Sinds een maand of twee lukt studeren niet meer. Ze kan moeilijk haar bed uitkomen en wil het liefste de hele dag slapen. Om toch mee te doen met haar medestudenten gaat ze af en toe naar een feestje, maar daar voelt ze zich alleen tussen de anderen. Ze vraagt of dit normaal is. We praten over de moed die het gekost heeft om een mail te sturen en nu met ons te bellen. De eerste stap is gezet. We spreken af dat we haar adressen mailen van hulpverleners met kennis over adoptie en na een aantal weken komt er een mail van Vera: “Ik weet het nog niet maar heb wel een hulpverlener gevonden. Bedankt hiervoor.”