Vragenderwijs: Betrokken leerkracht

Een leerkracht belt naar Adoptievoorzieningen; het gaat om een meisje van vijf, geadopteerd op vierjarige leeftijd uit China. Ongeveer drie maanden na haar aankomst in Nederland is ze op school gekomen, met een langzaam wenprogramma. Het is een vrolijk en enthousiast kind, ze doet graag overal aan mee. Op cognitief en motorisch vlak maakt ze hele grote sprongen. Op sociaal-emotioneel niveau is het soms nog moeilijk voor haar, ze heeft moeite met uitgestelde aandacht, kan ineens fysiek fel zijn als iets haar niet zint, of ze begint heel hard te gillen. Ze vindt het ook moeilijk om ergens op aangesproken te worden, ontkent dan dat ze iets gedaan heeft, terwijl de feiten duidelijk zijn. Naderhand komt ze aan juf ‘hangen’.

Wat verder opvalt, is dat ze te vrij is naar anderen, ze geeft het gevoel dat ze zo met iedereen mee zou gaan, maar dat wordt al wel wat minder. Onlangs kwam ze expliciet de hulp van de juf vragen, dat was ook nieuw.
Wat leerkrachten al doen:

  • Veel dingen voordoen, uitleggen (vooral op sociaal-emotioneel vlak). Ze zien haar als een jonger kind op dat vlak,
  • structuur bieden,
  • voorinstructie (extra uitleg, juffen hebben er oog voor dat nog niet alles bij haar goed doordringt, of begrepen wordt).

Al deze zaken worden door de nazorgmedewerker van Adoptievoorzieningen positief bekrachtigd. Leerkrachten zijn een anker voor het meisje en het is heel fijn dat ze extra hun best doen om haar te helpen. Dat ze zich door hen gezien en begrepen voelt, is het allerbelangrijkst. De nazorgmedewerker bevestigt dat structuur bieden extra belangrijk is bij adoptiekinderen, omdat ze sterke behoefte hebben aan voorspelbaarheid. De juf herkent de hoge mate van alertheid, vooral overgangsmomenten zijn lastig, dus daar kan ze extra hulp bij gebruiken. Met vrij spelen gaat het al best aardig, volgens juf.

De nazorgmedewerker geeft verder nog wat uitleg over het preventief begeleidingsaanbod en de werkwijze van Adoptievoorzieningen. De leerkracht geeft aan het lastig te vinden om dit met ouders te bespreken, zonder het als kritiek te laten klinken. Er wordt besproken welke woorden ze daarbij zou kunnen gebruiken (neuzen dezelfde kant op, samen kijken wat ze nodig heeft om zich optimaal te kunnen ontwikkelen etc.). Daarnaast mogen de ouders ons natuurlijk ook altijd zelf bellen.