Vragenderwijs: Zelfbeeld

Colette is de trotse adoptiemoeder van twee kinderen: Yakubu, een meisje van 5 jaar, dat geboren is in Nigeria en ruim twee jaar bij hen is, en zoon Alvaro van 12 uit Colombia. Colette belt omdat ze een dilemma wil voorleggen. Het heeft te maken met het zelfbeeld van hun beide kinderen. Bij Yakubu lijkt dat helemaal geen probleem, zij vindt haar eigen kroeshaar wel ‘cool’ en lijkt trots te zijn op haar bruine huid, maar Alvaro is nooit tevreden geweest met zijn eigen huidskleur. Soms maakt hij ook lelijke opmerkingen naar zijn zusje over haar kleur en Colette wil niet dat dat het zelfbeeld van haar dochter schaadt. Tegelijkertijd wil ze Alvaro ook niet afvallen, omdat ze voelt dat er eigenlijk onzekerheid onder zit. Het gebeurt meestal als hij zelf niet lekker in z’n vel zit, bedenkt Colette.

De medewerker bespreekt met Colette hoe ze ermee om zou kunnen gaan: op het moment dat het gebeurt, lijkt het wel belangrijk om het negatieve gedrag te begrenzen door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Iedereen is mooi zoals hij is, we zeggen hier geen nare dingen tegen elkaar. Misschien ben je eigenlijk boos of verdrietig om iets anders Alvaro, dat kan soms gebeuren.’
Vanuit hier kan Colette de kinderen weer op een positieve manier met elkaar verbinden. Op een ander moment kan ze met Alvaro apart proberen te achterhalen wat hem eigenlijk dwarszat en hoe hij dat op een andere manier zou kunnen laten merken. Colette besluit dat ze weer eens met hem gaat basketballen om erover met hem in gesprek te komen, vaak werkt dat wel goed.