‘We dragen met z’n allen zorg voor deze kinderen’

Werkbezoek Adoptievoorzieningen in Taiwan

Tekst: Angela Jans

Georgie Hsieh zet een soort pistool op het voorhoofd van de bezoekers. ‘Pang!’ klinkt het. Ze kijkt op het digitale venster van de thermometer en leest: 36.9. Dat is oké. Volgende persoon. De temperatuur van alle bezoekers van het kindertehuis van CSS (Christian Salvation Service) in Taipei wordt gemeten en genoteerd. Voor ze naar binnen mogen ook nog eerst even schoenen uit, handen desinfecteren, hesje aan. Hygiëne voor alles, om te voorkomen dat kinderen ziek worden.

Vergunninghouder Meiling verzorgt alle adopties vanuit Taiwan naar Nederland. CSS is een van de organisaties in Taiwan waar Meiling contact mee heeft. Via voorstellen van CSS kwamen vorig jaar elf kinderen ter adoptie naar Nederland. Met in totaal ongeveer twintig kinderen per jaar, is Taiwan momenteel een van de ‘grotere’ adoptiekanalen voor Nederland. Een van de redenen voor medewerkers van Adoptievoorzieningen om dit Aziatische eiland te kiezen als bestemming voor de jaarlijkse werkreis. Ans Rijk (voorlichter en medewerker nazorg) en Willemijn Bergman (video-interactiebegeleiding en gehechtheid, VIB-G) vlogen begin april naar Taipei, de hoofdstad van Taiwan. Ze bezochten kindertehuizen (zoals dat van CSS), adoptieorganisaties, een pleeggezin en een rechter. Meiling was direct betrokken bij de inhoudelijke samenstelling van de reis en aanwezig bij de uitvoering van een deel van het programma in Taipei.
Doel van het werkbezoek van Adoptievoorzieningen was de situatie in een land van herkomst ter plekke te bekijken en daarmee informatie verzamelen die gebruikt kan worden bij de voorlichting aan aspirant-adoptieouders, bij de nazorg van de telefonische advieslijn en bij de VIB-G. Dat doel is zeker behaald, vindt Ans. “We hebben veel mooi en goed materiaal kunnen verzamelen voor de voorlichtingsgroepen. Goede beelden kunnen maken van de kinderen in de tehuizen en veel informatie gekregen van de medewerkers van de verschillende adoptieorganisaties. Daarnaast zijn we veel te weten gekomen over de achtergrond van de adoptiekinderen, de pogingen die gedaan worden om (interlandelijke) adoptie te voorkomen en als dat niet lukt, toch contact te behouden tussen de geadopteerden en hun biologische ouders.” De ontvangst was erg open, vriendelijk en warm, aldus Ans en Willemijn, en ook over de begeleiding en hulpvaardigheid van de drie vrijwilligers van Meiling ¬– Anja, Marco en Dorien – zijn ze laaiend enthousiast. “Hun betrokkenheid en deskundigheid hebben we als heel bijzonder en zeer prettig ervaren.”

Kwetsbare kinderen

In het kindertehuis van CSS, een voormalige ambassade, heeft Georgie Hsieh de dagelijkse leiding. Ze laat de Nederlandse delegatie de verschillende afdelingen zien waar de kinderen verblijven. In één kamer staan bijvoorbeeld acht bedjes voor de allerkleinsten tot een jaar oud. In een andere ruimte leven de meeste kwetsbare kindjes. Een verzorgster heeft een baby op schoot, geeft het de fles en beweegt ondertussen met haar voet een wipstoeltje met daarin een ander kindje. Een verdieping lager is naast de bedjes een grote, afgebakende speelruimte ingericht. Daar zitten vijf kinderen en een verzorgster. De vrouw houdt vooral toezicht. De kinderen vermaken zichzelf.
Op alle afdelingen is het schoon en netjes en zijn verzorgsters aanwezig. Georgie vertelt dat ze de bezoekers bij binnenkomst standaard altijd controleren op koorts en aandringen op het goed wassen van de handen omdat ze willen voorkomen dat er ziektes het tehuis binnenkomen. De kinderen – in totaal verblijven er hier zo’n twintig in de leeftijd tot maximaal twee jaar – zijn over het algemeen kwetsbaar, een bacterie kan desastreus zijn.
Willemijn filmt de dagelijkse gang van zaken op de verschillende afdelingen. “Het is belangrijk dat ouders dit kunnen zien. Maar ook dat ze weten wat wij nu horen, dat de kinderen bijvoorbeeld heel weinig buiten komen. Als je dat weet, dan besef je als adoptieouder misschien beter wat het voor je kind betekent als je er ‘gewoon’ mee op straat loopt”, zegt Willemijn.
In een ander kindertehuis in Taipei, het Jonah House van Cathwel Service, leven de kinderen ook in verschillende leeftijdsgroepen. Elke groep heeft vaste verzorgsters. Ans: “Ik was prettig verrast toen ik hoorde dat hier bijna dagelijks, volgens een vast rooster, vaste vrijwilligers met de kinderen komen spelen. En de medewerkers hebben zichtbaar veel passie voor hun werk; het belang van de kinderen staat hier duidelijk voorop.”
De groep kinderen in de leeftijd tussen de twee en drie jaar komt net uit bed als de Nederlandse bezoekers in hun speelzaal zijn. De ruimte is schoon en licht, heeft royale van afmetingen en is voorzien van een klimhuisje, een glijbaantje en allerlei speelgoed in vrolijke kleuren. Vergelijkbaar met de speelzaal van een gemiddelde Nederlandse kleuterschool. Als ze de middagslaap uit hun ogen hebben gewreven, krijgen de peuters een bordje pap. Ans en Willemijn helpen elk een paar kindjes met het naar binnen lepelen. Ondertussen geven ze hun ogen goed de kost, ze kijken naar het gedrag van de kinderen en de verzorgsters, zodat ze straks in Nederland de collega’s en (aspirant-) adoptieouders nog beter kunnen informeren.

Economische boycot

Een van de prangende vragen waarmee de twee medewerksters van Adoptievoorzieningen aan de reis begonnen was een pittige. Kinderen uit Taiwan adopteren, waarom is dat eigenlijk nodig? Hoe komt het dat kinderen daar niet kunnen blijven? Het lijkt een redelijk welvarend land, waarom kunnen de inwoners niet zelf voor hun kinderen zorgen? Ans en Willemijn kregen al vrij snel overtuigend antwoord: “Ja, het is nodig, want nee, niet alle kinderen kunnen in Taiwan in een gezinssituatie opgroeien.”
Dat komt met name door de economische situatie, zo wordt hun verteld door Tina en Melissa, twee medewerksters van het Child Welfare League Foundation (CWLF) met wie ze meerdere ontmoetingen hebben. Het CWLF is een jeugdzorginstelling die onder andere kinderopvang biedt en hulp aan moeders die afstand willen doen van hun kind. De organisatie begeleidt ook adopties, meestal in het binnenland. Meiling krijgt af en toe een voorstel van CWLF.
Wettelijk is het in Taiwan sinds 2011 verplicht dat eerst heel goed wordt gezocht naar mogelijkheden voor binnenlandse adoptie. Pas als dat echt onmogelijk blijkt, mogen kinderen vanuit het buitenland worden geadopteerd. Dat dit dus nog steeds nodig blijkt, is volgens Tina en Melissa vooral een kwestie van geld. “De salarissen zijn heel laag, de kosten voor levensonderhoud zijn hoog. Taiwan heeft het moeilijk doordat het in opdracht van China door veel landen geboycot wordt. Dat maakt dat niet iedereen genoeg geld heeft om kinderen groot te brengen, waardoor het geboortecijfer erg laag is en er ook minder adoptieouders te vinden zijn.” Bovendien zijn er in vergelijking met Nederland en mede door de economische crisis relatief veel vrouwen die moeder worden terwijl zij in de prostitutie zitten en daarbij drugs gebruiken, ook om ‘aan te kunnen blijven staan.’ Dat betekent ook meer kinderen die na een belaste zwangerschap geboren worden met een special need, waarvoor binnen Taiwan moeilijk ouders te vinden zijn. De algemene opinie over adoptie is bovendien niet positief, aan de bloedband wordt veel waarde gehecht. Alle organisaties die nu verplicht eerst een Taiwanees adoptiegezin moeten zoeken, lopen hiertegenaan.

Ontmoeting met rechter

Na deze eerste ontmoetingen met de twee CWLF-medewerksters gaan Ans en Willemijn op bezoek bij een pleegmoeder. De vrouw, die dit werk al 22 jaar doet, heeft een kamer van ongeveer 3 bij 3,5 meter in haar appartement helemaal peuter-proof gemaakt. De ruimte heeft een zachte ondergrond en er is kinderspeelgoed. Daarnaast is er een klein keukentje, douche en wc en één slaapkamer, waar de pleegmoeder en haar man slapen. De ramen zijn dicht en nergens komt daglicht naar binnen.
Willemijn: “De pleegmoeder reageert op de signalen van de kinderen, is lief, heeft plezier, stimuleert bijvoorbeeld de baby om zich om te draaien. Maar opvallend is dat er amper gesproken wordt tegen de kinderen, het is er heel stil.” Ze maakt filmopnames om het tafereel in Nederland goed over te kunnen brengen. “Want als er uit een pleeggezin geadopteerd wordt door Nederlandse ouders, hebben zij niet de mogelijkheid om hier op bezoek te gaan. En wat missen ze dan veel! Dit beeld geeft antwoorden op vragen als: wat is mijn kind gewend? De wetenschap dat het in Taiwan heel anders was dan in Nederland kan voor veel adoptieouders helpend zijn om te begrijpen wat het kind aan gedrag laat zien.”
Door bemiddeling van Meiling staat er ook een gesprek met Judge Peng op het programma. Deze rechter, een vrouw op leeftijd, is zeer begaan met het lot van de adoptiekinderen waar zij over beslist. Willemijn: “Opvallend is dat zij benadrukt dat ze er maar op moet vertrouwen dat de opvang goed is het land waar het kind terecht komt, dat het een sprong in het diepe is. Ze wil daarom van alles weten over voorbereiding en nazorg in Nederland.”
Mevrouw Peng vertelt dat er in het verleden wellicht geld is verdiend aan adoptie, maar dat wetgeving dat onmogelijk heeft gemaakt. De wetgeving is er ook op gericht om binnenlandse adoptie te stimuleren. Maar om geen kostbare tijd voor het kind te verspillen, vindt ze het belangrijk dat internationale adoptie snel in beeld komt als blijkt dat er in Taiwan geen ouders te vinden zijn. Ze zegt: “The world is a good place, your children are all my children.” Ans en Willemijn: “Deze uitspraak tekent mooi het gevoel dat we bij al onze ontmoetingen in Taiwan ervaarden. We dragen met elkaar de zorg voor deze kinderen.”