We horen bij elkaar

Adoptieouder Irma van Geemen
Leeftijd: 55 jaar
Moeder van twee zonen (24 en 27 jaar)
Beroep: (kinder)therapeut/coach
Woonplaats: Monnickendam

Als meisje van een jaar of elf wist ik al: ik ga voor adoptie. Waarom zou je zelf kinderen op de wereld zetten als er al kinderen van een jaar of vijf rondlopen, die waarschijnlijk geen zes zullen worden door de ellendige omstandigheden waarin ze zich bevinden? Mijn man was het daarmee eens en al op mijn 25ste hebben we het onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming in werking gezet. Ook omdat mijn man acht jaar ouder is dan ik. Want we wilden niet het risico lopen dat mijn man op een gegeven moment misschien te oud zou zijn voor adoptie.

Het wachten op de verplichte procedure en vervolgens een voorstel voor een kind kon destijds nog erg lang duren en inderdaad, het werd op een gegeven moment zelfs toch nog spannend in verband met de leeftijd van mijn man. Mede om een en ander zoveel mogelijk te bespoedigen hebben we uiteindelijk gekozen voor Colombia als land van herkomst. Eind 1996 kregen we het voorstel voor de adoptie van twee jongens, biologische broers van 5 en 2 jaar oud. Om allerlei redenen duurde het tot voorjaar 1997, voor we ze in Bogotá in onze armen konden sluiten. Daar zaten we, zoals toen gebruikelijk was, met meerdere gezinnen in een huis. Met die families hebben we nu nog steeds contact.

We ontdekten dat onze kinderen eigenlijk een vreemde route hadden afgelegd. Ze zouden door hun moeder bij een wijkcentrum zijn afgegeven aan de Colombiaanse kinderbescherming. Via een pleeggezin zijn ze daarna naar een particulier kindertehuis zijn gebracht waar uiteindelijk de adoptieprocedure is gestart.

Wij hebben dat, net als elke adoptieouder, gedaan met de beste intenties maar met de kennis van nu vind ik dat je als adoptieouder in het land van herkomst van je kinderen moet gaan wonen en niet andersom. Bij interlandelijke adoptie trek je kinderen met wortel en al uit hun eigen cultuur, wat later tot grote identiteitsvragen kan leiden. Onze oudste was vijf toen hij hier kwam en heeft de eerste tijd hier in Nederland behoorlijk last van heimwee gehad. Onze jongste zoon heeft regelmatig gezegd: “Mij is niks gevraagd. Ik was liever daar gebleven.” Hij heeft een zware puberteit gehad. Is regelmatig van school gestuurd. Toch heb ik altijd wel het vertrouwen gehad dat het goed zou komen. Op een dag zei hij: “Ik ga in de steigerbouw.” Dat gaat redelijk goed. Hij erkent inmiddels zijn eigen onrust en handelt ernaar. De oudste weet nog wel hoe slecht hij het in Colombia heeft gehad en vanuit dat oogpunt heeft hij altijd gezegd: ik ben blij dat ik hier ben.

Vanuit systemisch oogpunt klopt adoptie niet. Hun biologische ouders hebben hen het leven gegeven en niet wij. Daarmee horen onze kinderen bij het systeem van hun biologische ouders. Toch horen we bij elkaar.

Ik heb nu een eigen praktijk waarin ik mensen begeleid tussen de 3 en de 100 jaar. Rust, creativiteit, humor, eerlijkheid en verwondering zijn mijn kernwaarden en een rotsvast geloof dat vertrouwen het mooiste is dat je adoptiekinderen kunt geven.