Zie mij, zie mij!

De leerkracht heeft zorgen of vragen over het gedrag van uw kind, u bent zelf niet helemaal of allesbehalve gerust? Twijfels over het type onderwijs of opvang? Dan kan een schoolconsult van Adoptievoorzieningen een helpende hand bieden. Zindzi Folmer is een van de video-interactiebegeleidsters die hiervoor regelmatig de klas in gaat. Hieronder geeft ze enkele voorbeelden van haar dagelijkse werk bij Adoptievoorzieningen.

“Wanneer ouders of leerkrachten een schoolconsult aanvragen, is er in de meeste gevallen al het een en ander geprobeerd om een kind te helpen”, zegt Folmer. “Vaak begint het met de inzet van intern begeleiders. Zij komen niet zelden als eerste observeren in de klas. Soms zijn er ook al anderen in beeld, is er bijvoorbeeld gekeken naar mogelijkheden om ‘extra handen’ in de klas te krijgen ter ondersteuning van de juf. Of bij kinderen met taal- en spraakproblemen kan een logopediste betrokken zijn.”

Ergens in het proces komt in ieder geval iemand op het idee een schoolconsult aan te vragen en wordt Folmer of een van haar collega’s ingeschakeld om vanuit haar expertise op het gebied van hechting, trauma en de adoptie te kijken naar de situatie. Dat Adoptievoorzieningen ook binnen scholen met ouders of andere betrokkenen samenwerkt, is bij lang niet alle adoptieouders en basisscholen bekend. “Terwijl dat juist een grote meerwaarde heeft,” aldus Folmer, “want je kunt op die manier van elkaar leren en gezamenlijk een plan van aanpak opstellen. Overleg is hoe dan ook beter, niets is zo verwarrend voor kind en ouders als tegenstrijdige adviezen of conflicterende inzichten. Gelukkig lukt het steeds vaker om samen met andere hulpverleners en ondersteuners aan tafel te gaan zitten en te bespreken wat er vanuit ieders expertise helpend kan zijn. De beelden die ik als video-interactiebegeleidster maak in de klas kunnen daarbij van groot belang zijn. De meerwaarde van de beelden is dat we met zijn allen tegelijk naar exact hetzelfde kunnen kijken. Door terug te spoelen, te vertragen en te herhalen, wordt vaak van alles duidelijk.”

Adviezen afstemmen

Ouders zien dan hoe hun kind zich in de klas gedraagt wanneer zij er niet bij zijn. Leerkrachten kunnen van een afstandje kijken naar het kind en zien dan ook de context en wat er voorafging aan bepaalde gedragingen. Wat gebeurt er en wat heeft het kind nodig? Zo ontstaat vaak meer begrip, wat kan helpen om met elkaar tot een plan van aanpak te komen.
Doordat alle betrokkenen tegelijk aanwezig zijn, kunnen ze hun adviezen op elkaar afstemmen, zorgen dat ze helpend zijn voor elk van de gebieden waar het kind ondersteuning nodig heeft en zo voorkomen dat betrokkenen worden overvraagd in het toepassen hiervan. Afgestemde hulp, in samenwerking met elkaar, is het doel.

Folmer geeft een voorbeeld uit de praktijk: “Ik heb een kleuter geobserveerd die erg moeilijk verstaanbaar was. De logopedist was al maanden in beeld en had de juf geadviseerd om het meisje steeds te vragen wat ze bedoelde (ook al begreep de juf dit met gebaren en enkele woorden ook wel). Op beeld zagen we een kind dat steeds minder ging praten, minder vaak naar de juf kwam en andere kinderen ging gebruiken als spreekbuis. Vanuit de logopediste bezien een begrijpelijk advies om het meisje steeds meer zelf te willen laten zeggen en haar daarom te vragen. Maar bekeken vanuit de gehechtheid zagen we een kleuter die zich onvoldoende gezien en begrepen voelde door de juf, en die daardoor afhaakte in het contact. Belangrijk was dus eerst te werken aan de relatie, aan de onderlinge band en het opbouwen van vertrouwen. In plaats van dat de juf ging vragen aan het meisje wat ze bedoelde, vertelde de juf het haar: ‘Je bent klaar met opruimen, ik zie het. Pak nu maar je stoel en kom ermee in de kring.’ Uiteindelijk ging het meisje ook steeds meer zelf zeggen. Omdat de juf het eerst had voorgedaan, kon het kind het vanuit vertrouwen zelfstandig gaan doen. De veilige omgeving was eerst nodig. Omdat de logopediste bij de bespreking van de beelden was, zag ook zij deze behoefte en paste ze haar advies aan.”

Een jongen in groep 4 die moeilijk meekwam met de klas is een ander praktijkvoorbeeld. Hij leek te luisteren en op te letten, maar de juf vroeg zich af of het wel binnenkwam en wat hij nou daadwerkelijk meekreeg van de lesstof. Hij werkte zeer langzaam, waardoor er geen realistische resultaten waren om zijn niveau en ontwikkeling te bepalen. In het kader van het schoolconsult sloot ook de speltherapeut waar de jongen sinds een half jaar naartoe ging vanwege vroegkinderlijk trauma, aan bij het overleg. Tijdens het bekijken van de beelden vielen haar dingen op die ze in spelsessies nog niet had gezien maar die helpend waren voor zijn begeleiding. Voor zijn positie in de klas had zij, op basis van haar ervaringen met hem, zinvolle aanvullingen.

Presentatie over gehechtheid in de klas

Uiteraard zijn er ook schoolconsulten waarbij verder geen andere hulpverleners aanhaken, maar soms komt er wel een advies voor een vervolg uit. Bijvoorbeeld ondersteuning voor de leerkracht en/of het hele team. “Zo was er een schoolconsult aangevraagd voor een jongen in groep 3. Hij deed hard zijn best en probeerde aan alles mee te doen. Maar de meester had het idee dat het sociaal wenselijk gedrag was en vroeg zich af wie dit jongetje werkelijk was en wat hij echt nodig had. Hij leek ontzettend beïnvloedbaar en mee te waaien met andere, voornamelijk drukke jongetjes. Tijdens de bespreking van de beelden werd veel duidelijk: zodra de meester de klas uitging, zag je een jongen die wanhopig en angstig werd, op zoek naar contact. Door de beelden werd duidelijk dat het ongewenste gedrag een manier was om in beeld te komen: liever negatieve aandacht dan geen aandacht. ‘Zie mij, zie mij’, leek hij te willen zeggen”, aldus Folmer.

Soms ziet gedrag er aan de buitenkant hetzelfde uit (hoe vaak horen adoptieouders niet: ‘Dat doet die van mij ook’) maar ligt er een andere behoefte of oorzaak aan ten grondslag. Dat vraagt ook om een andere reactie of aanpak. “Het bekijken van de beelden was een eyeopener voor deze meester. Maar vooral in combinatie met de informatie over gehechtheid en welke signalen er zijn waarop je kunt of moet aansluiten om voor een kind gemiste ervaringen in te halen. Voor deze meester vielen hierdoor meer kwartjes bij kinderen uit zijn klas. Met enige regelmaat komt het voor dat de uitleg tijdens een schoolconsult leerkrachten inspireert. Dat ze plotseling allerlei kinderen voor zich zien die daar ook nog wat in nodig hebben. Dan krijgt ons werk soms een ander doel, gaat het niet zozeer om een individu, maar juist om het vergroten van de kennis van de mensen om kinderen heen. Zoals leerkrachten, intern begeleiders of pedagogisch medewerkers in de kinderopvang.”

“Soms wordt een medewerker van Adoptievoorzieningen vervolgens gevraagd een presentatie te geven over gehechtheid in de klas. Deels los van adoptie, met voorbeelden die voor iedereen herkenbaar zijn. Want bij adoptie en pleegzorg weten we dat gehechtheid extra aandacht behoeft, maar dit geldt voor nog veel meer kinderen. Denk aan kinderen die te maken hebben met echtscheidingen, verhuizingen, psychische problemen van ouders, ziekenhuisopname van moeder en/of kind na geboorte, detentie, militaire uitzendingen, verslavingen enzovoort. Het voornaamste doel van ons werk is ondersteuning en begeleiding rond adoptiekinderen. Of dat nou wordt gerealiseerd door alle neuzen van ouders en school dezelfde kant op te krijgen of door een compleet team uitleg te geven over gehechtheid in het onderwijs, dat maakt niet uit. Als het maar bijdraagt aan een zo optimaal mogelijke omgeving waarin alle kinderen zich veilig kunnen ontwikkelingen en ontplooien tot zelfstandige, zelfverzekerde mensen.”