Zó zijn we niet getrouwd…

Tekst Angela Jans

Adoptieouders mogen twee dingen nooit doen: doodgaan en scheiden. Zo luidt althans de algemeen heersende opvatting, aangezien adoptiekinderen al eerder een belangrijke verlieservaring hebben opgedaan toen ze werden afgestaan door hun biologische ouders. Dat schept een extra verantwoordelijkheid voor adoptieouders. Maar ook zij besluiten soms (toch) om uit elkaar te gaan.

Slaande deuren, ruzie, verschil van mening, de liefdeskoek is op, het gevolg: (echt)paren die niet meer als stel samen verder kunnen. Het komt in de beste families voor. En ook al beseffen juist adoptieouders maar al te goed dat hun kinderen extra kwetsbaar zijn, niet zelden is er geen ontkomen aan. Een scheiding volgt. Soms blijven ze voor de kinderen toch nog (een tijdje) samen in een huis wonen, ook al is de liefde voorbij. Of kopen ze er twee straten verder een huis bij. Alles om het leed voor de kinderen zoveel mogelijk te verzachten. Lukt dat?
Volgens geadopteerde Natasja (20) werkte dat laatste voor haar in ieder geval wel. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze 6 of 7 jaar oud was. “Ik weet het eigenlijk niet precies”, zegt ze, daarmee eigenlijk meteen aangevend dat de breuk op haar niet zo’n enorme impact heeft gehad. “Ik herinner me nog wel dat we bij elkaar zaten in de woonkamer en dat mijn ouders vertelden dat ze gingen scheiden. Mijn drie jaar oudere zus begon te huilen. Ik niet, mijn jongere broer ook niet. Eerlijk gezegd, wat wist ik ook eigenlijk over relaties, over liefde?”

Niet hoeven kiezen

In de praktijk betekende het dat ze naar een andere school moest, dat ze ging verhuizen naar een andere stad en voortaan in twee verschillende woningen verbleef. Het ouderlijk huis werd verkocht en vader en moeder betrokken elk een eigen huis, op loopafstand van elkaar zodat het gemakkelijk was voor de kinderen die elk weekend en elke dinsdag en donderdag van woning wisselden. “Maar door de week sliepen we wel altijd bij mama. En zo is het nog steeds. Alleen woont mijn oudste zus inmiddels op zichzelf.”
“Ik ben eraan gewend. Ik heb er ook nooit problemen mee gehad en mijn broer en zus voor zover ik weet ook niet. Daar spraken we onderling in ieder geval nooit over. Misschien komt dat omdat ze zo dicht bij elkaar zijn blijven wonen, daardoor heb ik nooit het gevoel gehad dat ik moest kiezen. De band met allebei is heel goed.”

Bij hulpverlening aan geadopteerden zijn verlies en rouw echter specifieke aandachtspunten omdat, na overlijden of echtscheiding, de reactie heftiger kan zijn dan ‘normaal’. Een term als ‘gestapelde rouw’ wordt daarbij bijvoorbeeld gebruikt. Geadopteerden kunnen dan geconfronteerd worden met oude verlieservaringen die opnieuw worden doorleefd, met alle bijbehorende gevoelens en gevolgen van dien.

Dat is ook de ervaring van Ruth Willems. Zij is zelf geadopteerd en heeft een praktijk voor kinder- en jeugdpsychologie in IJburg waar relatief veel adoptiekinderen komen, en ook heeft ze veel te maken met scheiding- en omgangszaken. Op basis van haar ervaringen maakte ze onlangs het boek Hulpverlening bij scheiding. Handvatten voor professionals. Daarin komen, aldus de omschrijving op de website van uitgever SWP, vragen aan de orde als: Hoe blijf ik uit de strijd? Hoe ga ik om met mijn eigen emoties in deze situaties? Ook geeft ze in dit boek adviezen aan hulpverleners en gaat ze in op begrippen die nauw verbonden zijn met echtscheiding zoals loyaliteit, stress en trauma.

Impact adoptie is groter

Voor Evert (45) is de scheiding alweer zeven jaar geleden. Hun dochter was toen 5 jaar oud en ze vormden ruim vier en een half jaar een gezin. “Het liep al langer niet zo goed tussen mijn partner en mij, we raakten elkaar een beetje kwijt. Ik wilde daar nog wel aan gaan werken. Hij niet. Het eerste jaar na de scheiding stond ik in een soort overlevingsstand. Heel algemeen kan ik zeggen dat ik me erg schuldig voelde. En ik was boos op mijn ex, omdat die zo snel besloot weg te gaan. Ik vond dat je juist als adoptieouders een grote verantwoordelijkheid hebt om een scheiding te voorkomen. Aan de andere kant heb ik niet gemerkt dat onze dochter de scheiding anders of heftiger heeft ervaren doordat ze geadopteerd is. De momenten dat ik haar naar haar andere vader bracht en daar wegging, waren in het begin heel dramatisch. Dan stond ze huilend voor het raam. Nu gaat het beter, maar ze vindt het soms nog steeds moeilijk om bij me weg te gaan en houdt me dan nog even heel stevig vast. We hebben destijds een ouderschapsplan gemaakt en daar zijn we nooit van afgeweken. De eerste helft van de week is ze bij mijn ex, de tweede helft en het grootste deel van het weekend is ze bij mij. Dus niet fiftyfifty maar meer bij mij. Dat is prima, ik wil dat graag. Ik was ook degene die voor de scheiding zijn werk buitenshuis had opgezegd om veel voor haar te kunnen zorgen. De adoptie heeft volgens mij een grotere impact op haar leven dan de scheiding. Wat ik zie, is dat ze zich afvraagt: ‘Mag ik er wel zijn?’, dat ze extra bevestiging nodig heeft. Als je geadopteerd bent, ontbreekt gewoon een bepaalde vanzelfsprekendheid die je bij biologische ouders waarschijnlijk wel hebt. Althans, dat zie ik terug bij haar in het leggen van contacten, het maken van vrienden.”

Heel hecht geworden

Marit (37) merkte wel direct aan haar twee kinderen de gevolgen van de scheiding. De kinderen reageerden verschillend. De jongste kreeg een enorme terugval, de oudste was heel verdrietig. “De jongste was drie toen we gingen scheiden, ze was pas een paar maanden bij ons in Nederland. We waren veertien jaar bij elkaar, ik dacht eerst nog: we komen er wel uit. Je wilt kind een kind twee ouders bieden, geen gebroken gezin. Maar dat gebeurde niet, hij is gewoon gegaan. En daar stond ik: gelanceerd in het leven van een alleenstaande moeder. Het was ongelooflijk zwaar. Al kreeg ik veel hulp van mijn familie en vrienden, op een gegeven moment zag ik het echt niet meer zitten, ik was kapot. Toen kwam mijn vader en hij heeft het beste gedaan wat hij had kunnen doen: hij heeft niet geholpen om de kattenbak te verschonen, nee, hij heeft me door elkaar gerammeld, me bij wijze van spreken de huid vol gescholden en gezegd dat hij me zo niet had opgevoed. Dat was heftig op dat moment maar het gaf me wel mijn strijdlust terug. Vanaf dat moment ben ik weer opgekrabbeld. Zei ik tegen mezelf: ik ben 31 jaar, ik heb twee prachtige kinderen, mijn leven is niet voorbij, ik ga er iets moois van maken.”
Dat gebeurde niet direct, daarvoor moest ze wel door een diep dal. “Maar uiteindelijk zijn we, de kinderen en ik, hierdoor wel heel hecht geworden. Zo hecht dat toen ik op een gegeven moment weer een fijne lieve vriend kreeg, hij op een gegeven moment vroeg: ‘Is er bij jullie eigenlijk wel plek voor mij?’ Nou dat was er zeker! We waren een driehoek en zijn nu een vierkant geworden. Inmiddels wonen we al vier jaar samen en vormen we een heel fijn gezin. Om het weekend gaan de kinderen naar hun vader – eerlijk is eerlijk, dat geeft ons dan ook wat ruimte om met z’n tweetjes te zijn – en verder zijn ze altijd bij ons. Ik heb ook alle verantwoordelijkheid, alle zeggenschap, ik hoef niets te overleggen met mijn ex, wel zo prettig. Toen hij vertrok, zei hij erbij dat hij voortaan alleen nog de leuke dingen wilde doen. Nou, hij heeft woord gehouden, dat doet hij nog steeds.”