Zorgen dat ze trots op zichzelf zijn

Tekst: Angela Jans

Naar de kapper gaan duurt een dag. Het resultaat: een hoofd vol vlechten met knalblauwe, roze of rode uiteinden. Lelijk? Nee hoor. Benita (10) en Epy (8) zien er prachtig uit met hun gekleurde haren. Opvallend? Dat zeker. Maar opvallen, dat doen de dames toch wel…

De biologische zusjes zijn geboren in Congo en in maart 2013 geadopteerd door Naomi en Stefan Beerse. Sindsdien wonen ze met z’n viertjes in Almere. Een multiculturele stad, waar ze toch al wel wat mensen van verschillende kleur en komaf gewend zijn, zou je denken. Maar dat valt best tegen, heeft moeder Naomi geconstateerd. Niet zelden komt het voor dat de kinderen vervelende opmerkingen naar hun hoofd geslingerd krijgen vanwege of over hun huidskleur.

Naomi: “Gisteren gebeurde het nog. Daar schrik ik toch steeds weer van.” Epy: “We waren in het speeltuintje. Ze zeiden: ‘bruine kinderen mogen niet meedoen. Die zijn poep’. En ik zei alleen maar: ‘je mag wel iets rustiger doen…’ Meestal ga ik dan wel weg, heb ik er geen meer zin in. Dat heb ik nu ook gedaan.”

Naomi: “We weten wie de kinderen zijn die dit gezegd hebben en zijn daarover met hun ouders in gesprek. Die ouders staan daar gelukkig open voor. De vader van het jongetje die het heeft gezegd was ook boos. Dat is fijn. Maar je kunt natuurlijk niet altijd in gesprek. Dus proberen wij om de meiden weerbaar te maken. Door keer op keer te zeggen dat ze trots mogen zijn op wie ze zijn, gaat het steeds beter. In het begin kwamen ze huilend thuis na zoiets. Tegenwoordig zijn ze boos, of soms verbaasd. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ‘die kinderen weten niet dat iedereen gelijk is’. Ze staan heel stevig in hun schoenen, zijn er niet meer zo snel van ondersteboven.”

Multiculturele school

Naomi en Stefan hebben er bewust voor gekozen om Epy en Benita op een multiculturele basisschool te plaatsen. In hun klas – ondanks het leeftijdsverschil zitten ze allebei in groep 5 ‑ zitten kinderen waarvan de ouders en/of de leerlingen in de meest uiteenlopende landen zijn geboren; Turkije, Suriname, Marokko en meer. Op school valt het probleem doorgaans ook wel mee. Vaker gebeurt het op straat, dat ze zomaar uitgescholden worden. “Ik heb het weleens meegemaakt dat we op de fiets zaten en het zomaar gebeurde. Hadden die jongens niet door dat ik de moeder was en achter de meiden fietste… Toen ik riep: ‘Hoho, dat wil ik niet horen’, schrokken ze al. Meestal heb ik niet het idee dat het echt racistisch is, ze zoeken gewoon wat. Is het geen bril, is het een platte neus. Toch verraste het mij wel, de opmerkingen die je krijgt naar aanleiding van een gekleurd uiterlijk. Zeker in een stad als Almere had ik dat niet zo sterk verwacht, al weet je dat hier veel PVV-stemmers wonen. We merken het wel als we als gezin ergens in een dorp komen, dat mensen een uit twee kleuren samengesteld gezin niet gewend zijn. Dat iedereen ons dan bekijkt. Gelukkig hebben we dat in Almere niet. Hier kunnen we helemaal opgaan in de omgeving.”

Emotioneel

Reageerden ouders en kinderen in het begin doorgaans heel emotioneel op discriminerende voorvallen, tegenwoordig zijn Benita en Epy wel redelijk opgewassen tegen nare opmerkingen zeggen ze ook zelf. Naomi: “En ik wil ook dat ze leren om het zelf op te lossen. Of dat ze hun schouders erover op kunnen halen en het daar laten liggen waar het hoort. Maar het is en blijft niet leuk. En als het te erg wordt, kunnen ze natuurlijk altijd bij ons terecht om het te bespreken.”

Overigens is dit doorgaans geen dagelijkse kost in het gezin Beerse. De meiden mogen er zijn en dat weten ze ook. Voor hen is uiterlijk vooral mooi zijn. Zorgen dat je haar goed zit, bijvoorbeeld. En dat is best een klus. Zo groot dat moeder Naomi er niet aan begint. Tot voor kort lieten de meisjes hun haren altijd invlechten door een gespecialiseerde kapster. Zij deed dat bij haar thuis en de twee moesten daar dan doorgaans bijna een hele dag verblijven voordat ze klaar waren… Inmiddels hebben ze zich het vlechtwerk eigen gemaakt en kunnen ze het zelf, dat wil zeggen, doen ze het bij elkaar. Ze vlechten het haar niet gewoon maar verwerken er gekleurde strengen in. Momenteel dus blauw. Moeder Naomi Beerse is er blij mee dat ze het nu zelf doen. Kunnen de meiden ondertussen lekker thuisblijven. Dat het even duurt nemen ze op de koop toe. Vervolgens hoeven ze ook weer wekenlang niets aan hun kapsel te doen. Dat scheelt. Ook hebben ze speciale crème die ze op hun huid smeren. “Noodzakelijk”, zegt Naomi, “want hun huid is heel erg droog.” Heel anders dan de blanke huid van moeder. Toch zegt Evy regelmatig dat ze veel op elkaar lijken: Naomi en zij…

“Dat meent ze echt. En we lijken inderdaad ook op veel fronten op elkaar. We houden bijvoorbeeld allebei van lezen, fietsen, in de bergen wandelen, naar het concertgebouw gaan, mango’s eten… Ze zoeken onbewust naar overeenkomsten buiten het uiterlijk om, dat kan natuurlijk ook. Ik denk niet dat er voor hun onderscheid is tussen mijn uiterlijk en dat van hun. Dat zien ze gewoon niet meer.”

In hun vrije tijd zitten de zusjes op atletiek – hun grote hobby – en dansen. Evy is onlangs overgestapt van streetdance naar afrodance. “Ik heb eerst een proefles gedaan en toen wist ik dat ik het leuker vond, dus nu doe ik dat. De bewegingen die we maken zijn veel soepeler, dat vind ik leuk.” Benita overweegt haar zus te volgen: “Ik vind afro ook wel  leuker denk ik.” Soms dansen ze thuis, zetten ze Spotify aan en oefenen ze hun bewegingen. Maar het liefst als er niemand kijkt…

Samen

Naomi: “Alhoewel ze nog niet zo heel lang in Nederland zijn gaat het heel goed. Volgens mij scheelt het veel dat ze samen hierheen zijn gekomen. Bovendien hebben ze nog twee biologische broertjes die hier niet ver vandaan wonen. Die zien we regelmatig. Dat vinden ze heel fijn. De adoptie zelf was voor de kinderen best heftig, want ze bleken helemaal niet voorbereid te zijn op hun vertrek uit het kindertehuis in Congo. Ze werden plotseling weggebracht en hadden geen flauw idee wat er ging gebeuren. In het tehuis zijn ze heel christelijk opgevoed en Benita vertelde later, dat toen ze met het vliegtuig de lucht in ging, ze dacht dat ze naar de hemel zou vliegen… Eenmaal hier ontfermde ze zich als een echt moedertje over haar zusje. En die had op haar beurt in het begin heel veel driftbuien. Gelukkig waren ze allebei al heel snel open tegenover ons.”

Inmiddels zijn de twee aardig geland. Leuke dingen om te doen zijn: op bezoek gaan, naar een pretpark, fietsen en film kijken. Ook maken ze al plannen voor de toekomst. Over de vraag wat ze willen worden hebben ze allebei al nagedacht. Al is er nog geen eensluidend antwoord. Evy twijfelt over: dokter, kapper, serveerster en moeder. De lijst van Benita is nog langer: kapper, moeder, serveerster, verloskundige, juf, trainer en voetballer noemt ze achtereenvolgens als antwoord op de vraag wat ze in de toekomst graag zou willen gaan doen.