Zwakke of sterke adoptie? That’s the question

De heer Brouwer is werkzaam in de scheepvaart. Tijdens een van zijn tochten ontmoet hij de Zuid-Afrikaanse Kimberley. In 2006 trouwen zij. Kimberley heeft een dochter uit een eerder huwelijk, Cleo. Brouwer gaat met Kimberley en Cleo in Zuid-Afrika wonen. Hij adopteert Cleo in Kaapstad. Sindsdien heet zij Cleo Brouwer. Is deze adoptie ook rechtsgeldig in Nederland? Dat blijkt de vraag, aldus Vera Kidjan.

Tekst: Vera Kidjan

Een dergelijke adoptie heette vroeger een stiefouderadoptie, momenteel is partneradoptie een meer gebruikelijke benaming. Drie jaar na hun huwelijk, in 2009, krijgen de heer Brouwer en Kimberly samen een zoon, Keith. Het gezin verhuist in 2010 naar Nederland. Keith krijgt een Nederlands paspoort maar zijn zus Cleo niet. Waarom niet?

In artikel 10:108 van het Burgerlijk Wetboek staat dat een buitenlandse adoptie waarbij de adoptieouders en het adoptiekind in hetzelfde land buiten Nederland wonen, zonder de tussenkomst van een Nederlandse rechter mag worden erkend. Uit artikel 10:110 van het Wetboek volgt dat zowel een sterke1 als een zwakke2 adoptie in Nederland moet worden erkend. Een sterke adoptie heeft tot gevolg dat het adoptiekind Nederlander wordt, maar dat is niet het geval bij een zwakke adoptie3.

Hoe vindt de erkenning van de buitenlandse adoptie plaats? Dat kan op diverse manieren gebeuren. Bijvoorbeeld door een verzoek tot inschrijving in te dienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in Den Haag. Deze ambtenaar mag akten inschrijven van Nederlanders, ex-Nederlanders of erkende vluchtelingen. Dit betekent dat de ambtenaar alleen sterke buitenlandse adopties mag inschrijven.

Kennisbank burgerzaken

De heer Brouwer wil de Zuid-Afrikaanse adoptie van Cleo erkend hebben. Hij dient daarom een verzoek in tot inschrijving van Cleo’s geboorteakte, met de latere vermelding van de adoptie, bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in Den Haag. Deze weigert de inschrijving en laat schriftelijk weten dat hier sprake is van een interlandelijke adoptie waarbij een buitenlands kind van Zuid-Afrika wordt overgebracht naar Nederland. Daarom is het Haags Adoptieverdrag van 1994 van toepassing. De ambtenaar vindt dat niet aan de voorwaarden is voldaan die in dat verdrag staan. Verder is inschrijving van de adoptie ook om een andere reden niet mogelijk omdat de Zuid-Afrikaanse adoptie wordt gekwalificeerd als een zwakke adoptie. Daartoe verwijst de ambtenaar naar artikel 231 van de Zuid-Afrikaanse Kinderwet (Children’s Act) en naar een passage in de kennisbank burgerzaken4. Daarin staat vermeld dat een adoptie in Zuid-Afrika door een persoon van het kind van zijn of haar echtgenoot een zwakke adoptie betreft.

De advocaat stelt dat het Zuid-Afrikaanse recht onjuist is geïnterpreteerd. De advocaat verwijst naar de correspondentie met de ambtenaar van de burgerlijke stand in een eerdere vergelijkbare zaak. De ambtenaar verwees in deze zaak naar artikel 242 van de Zuid-Afrikaanse Kinderwet. In dat artikel is uiteengezet wat de gevolgen zijn van een adoptie, hetgeen relevant is voor de vaststelling of sprake is van een zwakke of sterke adoptie. Onder verwijzing naar dit artikel schreef de ambtenaar destijds dat, tenzij iets anders blijkt uit de adoptiebeslissing, in geval van adoptie door de man die gehuwd is met de moeder van het kind ervan uit moet worden gegaan dat sprake is van een sterke adoptie. De ambtenaar schreef “dat niet [is] terug te vinden in de Children’s Act dat er in het geval van een stiefouderadoptie sprake is van een zwakke adoptie”.

In de Zuid-Afrikaanse adoptiebeslissing is geen enkel voorbehoud gemaakt of een verwijzing opgenomen dat de banden met de biologische vader van Cleo niet verbroken worden. Uit de beslissing blijkt dus niet dat er sprake is van een zwakke adoptie.

Geen interlandelijke adoptie

De rechtbank in Den Haag doet in juni van dit jaar uitspraak5 en overweegt daarbij onder meer het volgende: “Het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Haags adoptieverdrag) is niet van toepassing nu er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een interlandelijke adoptie. Dit omdat de rechtbank aanneemt dat er geen sprake van is dat de minderjarige met het oog op adoptie van Zuid-Afrika naar Nederland is of zou worden overgebracht. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Verzoeker heeft aangegeven dat hij ten tijde van de adoptie feitelijk in Zuid-Afrika woonde, met de moeder. Dit vindt onder meer steun in de omstandigheid dat verzoeker in 2006 in Zuid-Afrika met de moeder is gehuwd en dat zij samen in 2009 in Zuid-Afrika een kind hebben gekregen. Verder is de minderjarige pas ruim vier jaar na de adoptie naar Nederland gekomen. (…) De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam blijkt dat de Zuid-Afrikaanse adoptie een sterke adoptie is zodat zij niet toekomt aan het voorwaardelijke verzoek de adoptie om te zetten naar een adoptie naar Nederlands recht.” Cleo’s adoptie wordt erkend en zij krijgt een Nederlands paspoort.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? In internationale adoptiezaken is het momenteel van groot belang dat ook de buitenlandse wet- en regelgeving erop wordt nageslagen en wordt begrepen. Vele gemeenteambtenaren maken hierbij gebruik van de kennisbank burgerzaken doch niet alle informatie van de kennisbank klopt, zo blijkt nu. Raadzaam is in een dergelijk geval dan zelf de plaatselijke wetgeving door te nemen en, indien nodig, een plaatselijke deskundige advocaat te consulteren. Ook het Internationaal Juridisch Instituut6 kan soelaas bieden. Dit instituut is gespecialiseerd in het bestuderen van buitenlandse wetgeving en jurisprudentie.

Mr. Vera Kidjan is werkzaam bij Everaert Advocaten (everaert.nl) in Amsterdam. 

[1] Bij een sterke adoptie zullen er nieuwe familierechtelijke betrekkingen ontstaan tussen het adoptiekind en de adoptieouders waarbij de juridische banden met de geboorteouders en hun familie worden verbroken.

2 Bij een zwakke adoptie zullen er nieuwe familierechtelijke betrekkingen ontstaan tussen het adoptiekind en de adoptieouders maar ook de bestaande familierechtelijke betrekkingen met de geboorteouders blijven bestaan. Een kind kan in dat geval vier ouders hebben.

3 Zie ‘Van een zwakke naar een sterke adoptie’, Adoptie Magazine maart 2015, blz. 26-27

4 Zie: xpertburgerzaken.nl

5 Rechtbank Den Haag 1 juni 2016, Zaaknummer C/09/502023/FA RK 15-9819

6 Zie: iji.nl

Reactie VIND Burgerzaken voorheen xpertburgerzaken: ‘De gegevens over de rechtsgevolgen van een Zuid-Afrikaanse adoptie zijn in kennisbank VIND Burgerzaken geheel in overeenstemming met de wettelijke bepalingen in Zuid-Afrika. Desondanks kunnen interpretaties van wettelijke bepalingen verschillen.’