Casus: Blijf toch eens op je stoel zitten!

Michael is ruim zes jaar, geboren in Kenia en woont sinds drie jaar bij zijn adoptieouders in Nederland. Hij zit in groep twee van het reguliere basisonderwijs. De leerkracht twijfelt of hij volgend jaar de stap naar groep drie kan maken. Michael kan zich moeilijk concentreren, maakt taken niet af en loopt ongevraagd door de klas. Ouders hebben in samenspraak met de leerkracht en intern begeleider een schoolconsult aangevraagd bij Stichting Adoptievoorzieningen. Meike Melenhorst heeft al eerder een VIB-G-traject met het gezin gedaan, kent ouders en kind en neemt opnieuw de begeleiding op zich. Ze doet verslag. 

Meike Melenhorst

Vijf maanden na zijn geboorte is Michael ernstig ondervoed gevonden bij een winkelcentrum. Daarna heeft hij twee maanden in een ziekenhuis gelegen en is vervolgens in een groot kindertehuis geplaatst. Daar werd hij verzorgd door veel verschillende vrijwilligers, zowel uit Kenia als uit het buitenland. Michael heeft zich in zijn eerste jaren nauwelijks aan iemand kunnen hechten. Volwassenen kwamen en gingen.

De eerste tijd in het adoptiegezin is Michael moeilijk te sturen. Hij vliegt letterlijk alle kanten op, zit overal aan, kan niet stilzitten, slaapt weinig en heeft een obsessie met eten. Vrij snel na zijn komst maken zijn ouders gebruik van video-interactiebegeleiding gericht op gehechtheid (VIB-G) van Stichting Adoptievoorzieningen.  Dit traject bestaat uit vier opnames en vier nabesprekingen met tips. Ouders steken, op mijn aanraden, veel tijd in lichaamsgerichte spelletjes. Zijn ouders vinden het belangrijk om de zorg in deze fase nog volledig zelf te bieden en daarom is altijd een van hen thuis.
Deze aanpak werpt vruchten af. Beetje bij beetje is te zien dat Michael zich wat meer kan ontspannen. Uiteindelijk gaan de scherpste kantjes van zijn gedrag af en komt er meer rust.  Michael blijft echter last houden van overgangssituaties en dat resulteert regelmatig in een boze bui. Achteraf heeft hier hier vaak spijt van en vraagt wel tien keer of hij wel mag blijven.

Michael gaat voor het eerst naar school als hij vier jaar en acht maanden is. Hij start met halve dagen, waarbij de eerste tijd één van de ouders in de klas aanwezig is. Er is regelmatig contact tussen ouders en juffen over de voortgang. Zijn ouders ervaren het contact als prettig maar merken ook vermoeidheid bij de juffen. Tijdens een gesprek geeft een juf aan dat ze zo weinig ontwikkeling ziet en dat ze met de handen in het haar zit. Ze wil hem zo graag helpen maar weet niet goed hoe. De ‘normale’ aanpak werkt niet bij hem. Ze kan hem wel zeggen op zijn stoel te blijven zitten maar als ze zich omgedraaid heeft, is hij alweer aan de wandel.

Schoolconsult

Het schoolconsult begint met een uitgebreide telefonische intake. Omdat gedrag op school en thuis erg van elkaar kan verschillen, kijk ik eerst naar welk gedrag Michael thuis laat zien. Ik maak een korte video-opname van Lego-spel op de grond. Dat wil zeggen, Michael speelt en bepaalt wat ouders mogen doen. Er zijn twee momenten waarop hij een beetje boos wordt, beide als ouders iets anders doen dat hij zegt. Maar over het algemeen hebben ze alle drie veel lol. Michael maakt oogcontact met beiden, leunt tegen ze aan en zoekt troost bij vader als een toren instort. Verder valt op dat hij zich goed kan concentreren op de Lego. Hij blijft zitten en maakt samen met ouders bouwwerken af.  Tijdens de nabespreking geven ouders aan dat de situatie herkenbaar is, Michael is inderdaad behoorlijk bepalend. Ze hebben gemerkt dat als ze rustig blijven, bij hem blijven en benoemen wat hij doet, dat hij dan hij al wat beter tot spel kan komen.

Voordat ik op school ga filmen, heb ik contact met de juffen. Zij leggen hun vragen en zorgen voor en we bespreken op welke momenten ik Michael graag wil observeren.
Ik kom in de klas als de juf voorleest. De kinderen zitten in de kring. Michael luistert aandachtig. Hij heeft zijn duim in zijn mond en wipt op zijn stoel. Na vijf minuten verslapt zijn aandacht en buigt hij zich naar een klasgenoot naast zich. Hij plukt aan zijn mouw en lacht. De juf kijkt even naar hem en vraagt hem iets over het verhaal. Michael geeft het goede antwoord.
Daarna geeft de juf een instructie en verdeelt de klas in groepjes. Michael blijft zitten, hij komt niet tot actie. Als er groepjes gevormd zijn, gaat hij bij het verkeerde groepje zitten. De juf leidt hem naar het goede groepje en zegt: ‘Hup, nu aan het werk.’ Het lukt Michael niet om te beginnen (figuren uitknippen en opplakken). Hij kijkt bij andere kinderen, staat op, de duim gaat weer in de mond. Hij loopt naar de juf toe, trekt haar mee. Als de juf hem op weg helpt (ze begint met knippen) kan hij verder. Na een paar minuten stagneert hij echter opnieuw. Hij gaat nu het kind naast hem prikken. De juf komt naar hem toe en helpt opnieuw. Uiteindelijk maakt hij met een aantal interventies van de juf het werkje af. Tijdens het buitenspelen is de juf er niet bij. Wel zijn er overblijfmoeders. Michael rent alle kanten op, klimt op een trekkar, gaat er weer af. Hij zoekt wel contact met kinderen maar erg vluchtig.

Nabespreking

Met de ouders bekijk ik een compilatie van de verschillende opnames. Vooral moeder schrikt van de beelden en zegt: “Precies hetzelfde als toen hij net bij ons was.” Ik spreek met de ouders af dat zij tijdens het gesprek op school nogmaals vertellen over de achtergrond van Michael. De ervaring is dat dit helpend is als start van het gesprek.

Tijdens de nabespreking op school zijn naast de ouders de twee juffen en een intern begeleider aanwezig. Als zijn ouders vertellen over Michaels eerste levensjaren, schieten beide juffen vol en zeggen: “We wisten het wel maar goed om dit weer te horen.” Ik duid de voorgeschiedenis door psycho-educatie te geven over de effecten van vroegkinderlijk trauma. Verder leg ik de bouwstenen van gehechtheid uit. Ouders zijn daarmee bekend, de leerkrachten nog niet. Het is een prettig om dit aan de hand van de beelden te kunnen toelichten. Het vergroten van basisvertrouwen en het ontwikkelen van zelfregulatie zijn belangrijke onderdelen van trauma-sensitief onderwijs. Dit betreft de onderste bouwstenen (waar Michael in eerste instantie zoveel gemist heeft), daar waar het onderwijs mikt op bovengelegen bouwstenen als zelfstandigheid.

Uit de beelden blijkt heel duidelijk dat Michael baat heeft bij een kort lijntje met de juf. Eigenlijk hoeft er niet eens zoveel uitgelegd worden: de juffen zien zelf wat wel en niet werkt. Ouders vertellen dat zij er veel aan gehad hebben om concreet te benoemen wat Michael doet (zonder waardeoordeel of complimenten). Ze geven voorbeelden, de leerkrachten schrijven mee.  Ik vul aan met enkele concrete handvatten als positief voorzeggen, je hulp aanbieden in plaats van de zelfstandigheid te vergroten, meeleven met moeilijke dingen en checken of een instructie begrepen is. ‘Dit zou elke leerkracht moeten weten,’ vinden de juffen.

Na zes weken bel ik met de ouders om te horen welk effect het schoolconsult heeft gehad. De belangrijkste winst is dat de leerkrachten met meer mededogen naar Michael kijken en minder focussen op het lastige en onrustige gedrag. Ook de juf merkt het effect. Ze heeft zich voorgenomen om elke vijf minuten even contact met Michael te maken, al is het maar door een knipoog. Ze is verbaasd hoe positief dit uitpakt. Daarnaast bespreken we verschillende opties voor ondersteunende therapie, om ervoor te zorgen dat het wat rustiger wordt in Michael’s hoofd en lijf. Over een aantal maanden wordt bekeken of Michael groep twee nogmaals zal doen of naar groep drie kan doorstromen.