Casus: Waarom is er geen trappetje naar de hemel?

Francine is in september 2009 in Nederland geboren uit een relatie tussen twee uitwisselingsstudenten, een Engelsman en een Française. Geboortemoeder is streng katholiek en verzwijgt haar zwangerschap voor iedereen. Zelfs voor de vader van haar baby en haar familie. Zij staat Francine direct na haar geboorte af waarna Francine wordt geadopteerd. Geboortemoeder bezoekt de eerste anderhalf jaar haar dochtertje af en toe. Daarna nemen depressies bij geboortemoeder de overhand en bezoekt zij haar dochter niet meer. Drie jaar geleden besluit zij, tijdens een reis in Vietnam, haar leven te beëindigen. De geboortevader van Francine is inmiddels opgespoord door Francine haar adoptieouders en komt naar de begrafenis. Francine verliest op zesjarige leeftijd een moeder en krijgt er een vader bij. Haar adoptieouders merken dat zij bozer en bozer wordt. Ze richt haar boosheid vooral op adoptiemoeder. Ze slaat en schopt haar.  Tijd om hulp te roepen.

Liwien Mineur

De adoptiemoeder van Francine hoort via een gezinsbegeleider over praktijk Akka van Lidwien Mineur. Een kleine praktijk van waaruit zij aan de hand van Sherborne Samenspel en symbooldrama met kinderen met een tekort aan basisvertrouwen en gehechtheidsproblematiek werkt. Lidwien Mineur: “Francine reageerde heel heftig op het verlies van haar geboortemoeder. Haar adoptiemoeder vertelde mij dat Francine er niet over kon praten en alles opkropte. Het was te confronterend voor haar. Het verdriet was groot. Adoptiemoeder had gehoord dat Sherborne Samenspel wellicht kon helpen om Francine te helpen met haar rouwverwerking. Haar adoptieouders vertelden verder dat Francine een heel intelligent meisje is en heel temperamentvol. En dat zij graag tekent. “Nou dan zit je bij mij met symbooldrama en Sherborne samenspel goed.”

Een boom naar de hemel

Lidwien past graag een combinatie van Sherborne Samenspel en Symbooldrama toe. Beide methodes werken indirect op onbewust niveau. Als Lidwien jonge kinderen in begeleiding neemt, doet zij dit bij voorkeur met beide ouders erbij. Francine wilde zelf ook graag dat zowel haar adoptiemoeder als haar adoptievader er bij zouden zijn. Ongeveer een jaar geleden ziet Lidwien Francine voor het eerst: “Francine gaf gelijk aan dat zij niet wilde dagdromen. Ik heb een hangstoel in mijn praktijk en daar is zij in gaan zitten. Terwijl zij heen en weer wiegde, met haar ouders aan beide kanten van de stoel, zag zij boven de stoel een mobiel hangen van het lelijke eendje. Ze begon te vertellen over dit eendje en fantaseerde er eigenlijk van alles over. “Dat is nu dagdromen zei ik”, en dat vond ze toch wel mooi. Ze fantaseerde van alles. Ze zag een hele grote kerstboom. Die stond op een besneeuwde berg. Er kwam een skiër langs die de boom magisch water gaf. En de boom groeide toen helemaal de hemel in. Maar er kwam een vliegtuig dat tegen de boom vloog. Die viel om en rolde naar beneden, tegen een huis en de stam brak in tweeën. Dit ging ze vervolgens samen met adoptievader tekenen. De tekening heette ‘een boom naar de hemel’.”

Dezelfde neus

Francine maakt kennis met haar geboortevader, kort nadat zij heeft gehoord dat haar geboortemoeder is overleden. Ze krijgt er dan ineens twee opa’s en oma’s bij. Zij komen nu af en toe bij Francine op bezoek. Als Francine een keer daarop bij Lidwien komt, zijn haar geboortevader en opa en oma pas op bezoek geweest. Lidwien: “Francine gaf gelijk aan dat ze niet wilde dagdromen en dat zij niets over het bezoek wilde vertellen. Ze wilde eigenlijk helemaal niets. Daar ben ik in meegegaan en er ontstond een soort van spelletje. Daarin speelde Francine dat haar familie niet op bezoek was geweest. En ze waren ook niet leuk. Haar geboortevader was ook helemaal haar vader niet en zo ging dat door. Daarna zijn we op flappen gaan tekenen hoe de familie in elkaar steekt. Zij tekende zichzelf in het midden, met daarnaast haar geboortevader en haar geboortemoeder met oma’s en opa’s. Ze schreef hun namen erbij. Op een andere flap tekende zij zichzelf in haar adoptiegezin. Met de familie van haar adoptiemoeder en de familie van haar adoptievader om zich heen. De tekeningen hebben we op de kast gehangen en bekeken. Francine herkende zichzelf in haar geboortevader en haar geboortemoeder, want zij hadden dezelfde neus, vertelde zij. Vervolgens is Francine weer in de hangstoel gaan zitten en zei: ‘Wat heb ik veel mensen!’ Bij het weggaan, wilde zij haar geboortemoeder op de tekening zoenen. Haar adoptiemoeder zei toen: ‘O, jij wilt opgetild worden’. En adoptieouders hebben haar samen opgetild en eerst gaf Francine zichzelf een kus en daarna haar geboortemoeder. “Echt heel, heel mooi.”

Pop Francine is ontvoerd

Op aanraden van Lidwien hebben adoptieouders voor thuis een groot kussen gekocht waarop Francine mag slaan als zij een woedeaanval krijgt. Meestal houdt adoptiemoeder dat kussen dan vast omdat de boosheid van Francine zich vooral op haar richt. Ook raadt Lidwien aan om de emoties van Francine te benoemen en haar bij boosheid tegen een muur te laten duwen. Ondertussen wordt Francine onderzocht bij het OCRN (kinder- en jeugd GGZ). Daaruit komt naar voren dat Francine hoogbegaafd is. Ook dit is heel verhelderend voor haar adoptieouders.
Bij een volgend bezoek past Lidwien vooral Sherborne Samenspel toe. Een bewegingsoefening tussen ouders en kind. Lidwien: “Francien wil graag een cadeautje zijn. Mooi ingepakt in paars papier met een zilveren strik, want dat vindt haar adoptiemoeder mooi. Francine laat zich voelen en uitpakken en doet dat met haar ogen dicht. Maar dan ineens maakt ze van zichzelf een pop, een boze pop; ze is ontvoerd en ze komt uit Vietnam. En daarna wil ze de adoptiemoeder slaan. Ze kruipt in de hangstoel en Lidwien gaat in op wat zij zegt. Daarna vraagt Lidwien of er ook een cadeautje gemaakt mag worden van het ontvoerde kindje. Dat mag van Francine, waarna ouders uitgenodigd worden om haar opnieuw uit te pakken. Als Francine wordt uitgepakt, huilt ze als een baby en laat zich daarna door haar ouders meenemen naar de bank. Naast elkaar zittend ontstaat er een gesprek over toen Francine baby was. Over haar haartjes, dat zij gedoopt is en zo verder. De tekening die Francine hierna maakt heet ‘Ons huis’.”

Onder de indruk van het onderbewuste

Naarmate de tijd verstrijkt, nemen het aantal woedeaanvallen en hun intensiteit af. Adoptieouders vertellen dat Francine kort na een bezoek aan Lidwien, thuis weer even net zo heftig boos kan worden als bij de start van de behandeling. Maar ze wordt snel daarna veel rustiger en kan haar emoties zelf in andere banen leiden. Ook schopt en slaat ze haar adoptiemoeder niet meer. Na tien maanden geeft Francine aan dat ze wil stoppen met dagdromen omdat ze het niet meer nodig vindt. Haar ouders bevestigen haar in haar wens. Lidwien vertelt: “Ouders hebben deze laatste sessie een tekening van Francine gemaakt. Om haar heen hebben ze allemaal post-its geplakt, met dingen die zij bijzonder vinden aan haar of die zij goed kan. Een post-it op haar hoofdje omdat ze zo slim is. En post-its op haar armen en benen omdat ze zo goed kan zwemmen. Francine vindt dit erg leuk en vertelt mij dat ze niet meer zo boos wordt. Haar adoptieouders zijn erg onder de indruk van al het onderbewuste dat elke sessie naar boven is gekomen en zijn blij dat het nu zoveel beter gaat met Francine. Ze kan het verdriet om het verlies van haar geboortemoeder ook beter uiten, vraagt bijvoorbeeld ‘Waarom is er geen trappetje naar de hemel?’ In combinatie met de uitslag van het onderzoek kunnen adoptieouders het gedrag dat Francine liet zien, veel beter plaatsen. En als het zich incidenteel nog eens voordoet, kunnen zij er beter mee om gaan.”

Meer informatie

Website Praktijk Akka
Meer over symbooldrama