Casus: Wel of niet over naar groep drie?

Quinten is zeven jaar en zit in groep twee. School geeft aan hem niet klaar te vinden voor groep drie. Hij kan zich nog niet genoeg concentreren, is erg onrustig, gedraagt zich clownesk en snapt vragen vaak niet. Zijn adoptieouders besluiten om een schoolconsult aan te vragen bij Stichting Adoptievoorzieningen. Zij denken dat hij wel naar groep drie kan, zij het met wat extra begeleiding. Ze willen graag advies.

door Zindzi Folmer, vib’er bij Stichting Adoptievoorzieningen

Een schoolconsult bestaat uit een aantal opnames thuis en op school, gemaakt door een in adoptie gespecialiseerde video-interactiebegeleider. Om een goed beeld van Quinten te krijgen, worden zijn voorgeschiedenis, emotionele en cognitieve ontwikkeling en zijn gezinssituatie met de ouders doorgenomen. Thuis wordt een aantal korte video-opnames gemaakt.
Tijdens het nabespreken van de opnames zien de ouders van Quinten dat hij sinds zijn komst in het gezin hele grote stappen heeft gemaakt. Zijn gedrag op school herkennen ze wel van de beginperiode, maar thuis is hij nu veel rustiger. Hij kan gericht en zelfstandig ergens mee bezig zijn en heeft daar niet steeds meer de bevestiging of hulp van zijn ouders bij nodig.

De kracht van het beeld

Daarna maakt de VIB’er een aantal opnames van Quinten in de klas. Deze worden bekeken en besproken in aanwezigheid van de leerkracht en de ouders.  Op de beelden ziet de leerkracht heel duidelijk dat telkens als zij even contact met hem maakt, hij weer door kan met waar hij mee bezig is. Haar aandacht helpt hem in zijn concentratie en geeft hem duidelijk rust. De juf krijgt hierdoor goede moed. Om hem te helpen wil zijn graag proberen vaker contact met hem te maken.
Op school steunt de juf Quinten ook extra bij het contact met andere kinderen. Hij wordt minder in groepjes geplaatst maar in duo’s, zodat hij makkelijker contact krijgt met andere kinderen.
Verder wordt afgesproken dat ouders thuis spelenderwijs wat meer oefenen met rekenen. Ook geven ze Quinten boekjes van iets  beneden zijn eigen leesniveau en laten hem zijn jongere zusje voorlezen, zodat hij wat meer zelfvertrouwen krijgt.
Het gaat beter, Quinten maakt de overgang naar groep drie en krijgt een nieuwe leerkracht.

Toch weer twijfels

Rond de kerst zijn er toch weer wat twijfels over of Quinten het tempo wel kan bijbenen. In nauwe samenwerking met de Stichting Adoptievoorzieningen wordt besloten Quinten te testen. Zo kan beter bepaald worden welke aanpak hem kan helpen. Het afnemen van de test gebeurt op advies van de video-interactiebegeleidster in een rustige omgeving in aanwezigheid van een vertrouwd iemand. Op die manier worden de meest valide resultaten verkregen. Quinten blijkt maar een kleine achterstand te hebben, van een tot drie maanden. Hij kan het, alleen het komt er op school niet voldoende uit. De leerkracht heeft handvatten nodig om te weten wat ze in de groep kan doen om ervoor te zorgen dat het Quinten op school ook lukt.

Er wordt een tweede schoolconsult aangevraagd. Quinten wordt opnieuw gefilmd in de klas en de beelden worden met ouders, de leerkracht en de IB’er bekeken en besproken. Ook de juf van groep drie vindt het verhelderend om met eigen ogen terug te zien hoe de korte contactmomenten Quinten zichtbaar helpen met starten of doorgaan met een opdracht.
Er wordt daarom afgesproken dat ze hem elke vijf minuten even laat weten dat ze hem ‘ziet’. Dat kan door een knipoog, een hand op zijn schouder, even zijn naam noemen of door te checken of hij begrepen heeft wat er van hem wordt verwacht. De leerkracht heeft weer vertrouwen in de mogelijkheden nu ze concrete handvatten heeft gekregen.

Over naar groep vier

Inmiddels is, ruim voor het einde van het schooljaar, duidelijk dat Quinten gewoon over kan naar groep vier. Hij is rustiger geworden, pakt de stof beter op, heeft een plekje in de groep gevonden en speelt met vriendjes. De leerkracht is alert op momenten dat ze er extra voor Quinten moet zijn en ze geniet ervan om hem te zien groeien. De samenwerking tussen de ouders en de leerkracht is goed, ze kijken met dezelfde bril naar de situatie en komen daardoor sneller tot goede afspraken. Ze hebben regelmatig even contact.