Sue Dromey over Engelse aanpak kind-oudermishandeling in adoptiegezinnen

In Engeland heeft meer dan een kwart van de adoptiegezinnen te maken met ‘child to parent violence’, kind-oudermishandeling. Voor deze gezinnen worden oudercursussen ‘Non Violent Resistance’ georganiseerd (NVR), als onderdeel van een uitgebreid pakket aan interventies voor adoptiegezinnen. Integratief kinderpsychotherapeut Sue Dromey is manager van het ‘Child to Parent Violence Project’. Zij vertelt over haar ervaringen met deze interventie, in Nederland Geweldloos Verzet genoemd. 

Wat is de kracht van deze methode bij adoptiegezinnen? Dromey: “NVR is een basishouding en visie, die ouders kan helpen om escalaties in het gezin te voorkomen en anders met grensoverschrijdend gedrag om te gaan. Het is een ouderprogramma dat zich sterk concentreert op het belang van de relatie. Ouders krijgen handvatten om voor zichzelf te zorgen, te de-escaleren, zich opnieuw met hun kind te verbinden en relaties centraal te stellen in hun gezinsleven. NVR is geen quick fix, het is een kwestie van volhouden.”
De samenstelling van de cursusgroepen varieert. Er komen ouders van pubers, maar ook met jongere kinderen. Dromey: “Ouders herkennen veel van elkaar, dat is vaak al heel fijn. Het gevoel niet de enige te zijn, met mensen te spreken die het echt begrijpen lucht vaak al erg op. Door de herkenbaarheid voelen ze zich minder geïsoleerd, kunnen ze zich kwetsbaarder opstellen. Via een groepsapp kunnen ze elkaar consulteren en moed inspreken om het vol te houden.”

Gestapelde problematiek

Bij adoptiegezinnen speelt vaak gestapelde problematiek. Dit maakt de gezinnen kwetsbaar, vertelt Dromey. Anders dan in Nederland, is adoptie in Engeland vooral een binnenlandse aangelegenheid. Waar een kind in Nederland bij een voortdurend schadelijke thuissituatie in een pleeggezin kan worden geplaatst, wordt in Engeland in vergelijkbare situaties vaak gekozen voor adoptie. Dit gebeurt vooral als er geen kans is dat het kind ooit nog terug kan naar de eigen ouders of naar andere familieleden. Het gaat om rond de 4.000 kinderen per jaar. Deze kinderen zijn op jonge leeftijd getraumatiseerd en ook de adoptieouders hebben vaak een voorgeschiedenis met grote verliezen, bijvoorbeeld van kinderen, gezondheid of vruchtbaarheid.

Door gebrek aan kennis over hechting en trauma in de directe sociale omgeving, voelen ouders zich soms steeds minder begrepen en gesteund. Bijkomende gevoelens van schaamte en falen maken het lastig om hulp te zoeken. Hierdoor gaan gezinnen soms heel lang door en verergeren de problemen. In gezinnen waar meerdere kinderen zijn geadopteerd, kan de problematiek extra ingewikkeld zijn, zo constateert Dromey. Getraumatiseerde kinderen kunnen elkaar steeds blijven triggeren. Door de continue aanwezige onderlinge explosies, krijgen ouders geen gelegenheid om de kinderen, elkaar en zichzelf de aandacht te geven die ze nodig hebben. NVR ‘an sich’ is niet zaligmakend, maar wel een belangrijk deel van de gehele behandeling. De problematiek bij de gezinnen waar wij mee werken is vaak zo complex, dat er ook traumawerk nodig is, of individuele- of relatietherapie voor de ouders. Soms krijgen de gezinsleden ook aanvullend sensorische integratietherapie, EMDR of zelfs tijdelijk medicatie.”

Relatie centraal

“Hechtings- en traumaproblematiek is voor ouders heel ingewikkeld om mee om te gaan. Het gebrek aan wederkerigheid in de relatie met hun kind, kan ouders ontmoedigen. Het gedrag van hun kind kan zo grensoverschrijdend zijn, dat het soms automatisch een repressieve reactie uitlokt. Het is vaak een grote stap voor ouders om niet primair en vanuit emotie op het gedrag te reageren, maar om de relatie met het kind centraal te stellen. Soms gaat dat tegen al hun instincten in. Ze worden geconfronteerd met zichzelf, hun eigen (hechtings)geschiedenis, hun opvoedidealen en normen en waarden. Wat Dromey regelmatig tegenkomt in deze gezinnen, is dat ouders elkaar zijn gaan compenseren in de opvoeding en aanpak van de problemen. Hierdoor komen zij tegenover elkaar te staan en voelen zich daardoor extra teleurgesteld en alleen. Naast groepsbijeenkomsten is dus vaak ook individuele- of relatietherapie nodig.”

Dromey geeft een voorbeeld van een vader die vanuit zijn eigen opvoeding een heel sterke overtuiging had dat zijn kind respect moest hebben voor zijn ouders. Daardoor kon hij niet anders dan het opstandige gedrag met sancties te beantwoorden, ook al werkte dat juist als trigger voor het getraumatiseerde kind. “Om uit dit soort patronen te kunnen stappen, kan individuele therapie of traumabehandeling helpend zijn, zodat ouders zich bewust worden van hun eigen valkuilen, vaker hun kalmte kunnen bewaren en daardoor andere keuzes leren maken.”

Belang van zelfzorg

Naast aandacht voor de relatie, is zelfzorg een heel belangrijk aspect in de groepsbijeenkomsten. Dromey vertelt dat er ouders zijn die zo intensief bezig zijn geweest met overleven in hun gezin, dat ze geen seconde tijd voor zichzelf hebben gehad. Een ouder nam tijdens de groepsbijeenkomsten haar breiwerk mee, ze kwam er thuis niet aan toe. Een andere ouder had in opdracht om ook wat tijd voor zichzelf te nemen met een vriendin een kop koffie gedronken. Toen Dromey haar vroeg wanneer ze dat voor het laatst had gedaan antwoordde zij: “Dit was voor het eerst”… “Soms hebben ouders het uit zelfbescherming ogenschijnlijk al een beetje opgegeven door het gebrek aan wederkerigheid in de relatie met hun kind. We noemen dat ‘blocked care’. Wat we dan eerst doen is vooral veel werken met zelfzorg en verzoenings-/relatiegebaren. Later leren we ouders technieken om te de-escaleren, zodat er minder explosies plaatsvinden en er ruimte komt voor positieve ervaringen.”

Combinatie begeleiding en lotgenotencontact succesvol

Hoewel NVR goed te combineren is met andere therapieën, is het lastig om de verschillende aspecten ervan preventief in te zetten, vindt Dromey. Het is een proces, er wordt steeds ‘along the way’ een inschatting gemaakt van welke interventie op dat moment voor dat gezin, stel, of individu een helpend puzzelstukje kan zijn. Wat voor deze gezinnen waar zeer complexe problematiek speelt vooral van belang blijkt, is de combinatie van professionele begeleiding op maat, lotgenotencontact (groepsbijeenkomsten en app-groep), langdurig aanbod en vergoedingsmogelijkheid. Dit blijkt uit het onderzoek dat is gedaan naar het ‘Child to Parent Violence Project 2017-2018’, dat onlangs werd gepubliceerd door Prof. Julie Selwyn. De resultaten zijn erg positief. Het ontwikkelde robuuste, maar flexibel in te zetten ‘Parenting Package’ lijkt een bewezen werkzame en nuttige service.