Bouwsteen 4: Zelfstandigheid of eenzaamheid

Zelfstandigheid

Als het kind voldoende positieve ervaringen opdeed in voorgaande fasen, heeft het vertrouwen in zichzelf en anderen opgebouwd. Het kan geleidelijk op eigen benen gaan staan. Het heeft voldoende ikbesef om zichzelf als een zelfstandige persoon te ervaren. Het innerlijke beeld van de ouders is voldoende sterk om zonder aanwezigheid van die ouder te kunnen functioneren. In deze vierde fase groeit het zelfbewustzijn. Het kind kan geven en nemen en rekening houden met anderen. Het maakt zich de waarden en normen van zijn ouders eigen en ‘verinnerlijkt’ deze. Het kind houdt zich aan regels ook als de ouder er niet fysiek is. Met het denken en de taal ontwikkelt zich ook het begrijpen waardoor een betere communicatie mogelijk is. Voor het kind is dit de fase van zelf iemand zijn, de wereld begrijpen en greep op die wereld krijgen. Voor de ouders is het de fase van weer meer ruimte ervaren voor eigen wensen, niet meer constant beschikbaar hoeven zijn, voor zichzelf op te komen zonder het kind af te wijzen, los te laten zonder in de steek te laten.

Eenzaamheid

Ernstige tekorten in de vorige drie bouwstenen maken dat een kind niet in staat is tot het bieden of ervaren van wederkerigheid in relaties. Het voelt zich eenzaam, weet niet hoe het aansluiting kan maken, mist vaardigheden en vertrouwen daarvoor. Angsten zijn niet overwonnen, gevoelens van incompetentie overheersen. De gewetensontwikkeling is gebrekkig.

Gedragsproblemen

Eenzaamheid, koppigheid, onzelfstandigheid, schijnzekerheid, afhankelijkheid, concentratieproblemen, faalangst, dwangmatige controle, starheid, grensoverschrijdend gedrag, ambivalent gedrag.

Wisselwerking ouders – kind

In deze fase vraagt het kind van zijn ouders stevigheid en duidelijkheid. Ouders worden uitgetest en getoetst op hun echtheid en eigenheid. In deze fase is het belangrijk dat ouders zichzelf serieus nemen, duidelijke ik-boodschappen geven en grenzen stellen zonder voorbij te gaan aan de behoeften en mogelijkheden van hun kind. Daarvoor is het nodig dat de ouder zichzelf voldoende begrepen en gerespecteerd voelen. Een kind met grote tekorten in voorgaande fase doet een enorm appèl op de stevigheid van de ouder.