Bouwsteen 5: Creatief of machteloos

Creatief

In deze fase kan het kind voor zichzelf opkomen en creatief problemen oplossen. Het kan zich steeds meer los voelen van zijn ouders, omdat het zelf iemand is en het kan zich daardoor ook steeds beter inleven in anderen en zich verplaatsen in anderen. Deze vaardigheden komen o.a. in rollenspel tot uiting. Het kind weet dat het altijd op zijn ouders kan terugvallen en voelt zich voldoende toegerust om met tegenstellingen en frustraties om te gaan.
Voor de ouders is dit de fase van vertrouwen hebben in hun kind en zijn mogelijkheden, in zijn beslissingen en keuzes. Voor de ouder is het belangrijk eerst af te wachten, niet meteen met een oplossing te komen. En bij conflicten te kunnen onderhandelen volgens de ‘geen verliesmethode’.

Machteloos

Naarmate voorgaande fasen minder goed zijn doorlopen zal het kind als machtelozer imponeren. Het heeft te weinig inlevingsvermogen ontwikkeld waardoor het niet of moeizaam aanvoelt wat een ander wil, denkt en voelt. De wederkerigheid in het contact ontbreekt en breekt op.

Gedragsproblemen

Manipulatief gedrag, destructief gedrag, dwingend gedrag, overmatig hulp en aandacht vragen, agressief gedrag, geen eigen verantwoordelijkheid nemen, crimineel gedrag, verslaving, niet met geld kunnen omgaan

Wisselwerking ouders – kind

Aan de top van de piramide van veilige gehechtheid hebben kind en ouders voldoende vertrouwen ontwikkeld in zichzelf en in elkaar om een eigen leven te leiden in verbondenheid met elkaar. Het kind kan zich in vertrouwen losmaken en de ouder kan in vertrouwen loslaten. Beiden kunnen geven en nemen, er is wederzijds begrip, aanpassing en gelijkwaardigheid.
Bij deze laatste bouwsteen blijkt dat de ouderkwaliteiten uit de eerste bouwsteen opnieuw een belangrijke rol spelen: vertrouwen kunnen bieden, de controle durven loslaten.
Wanneer het kind van jongs af aan op de kant zit van de onveilige gehechtheid, is het voor ouders moeilijk vertrouwen te ontwikkelen in hun kind. Zij zullen het niet in vertrouwen durven laten gaan, blijven er als het ware bovenop zitten. Het kind overschreeuwt ieder, duwt de ouders met kracht van zich af en worstelt zich los. Het angstige kind, dat de naderende zelfstandigheid niet ambieert, graaft een valkuil voor zijn ouders. Door in gedrag te tonen dat het hen nog hard nodig heeft, lokt het (een overdosis aan) zorg en bescherming uit die het klampgedrag in stand houdt.
Nogal wat ouders van kinderen met ernstige hechtingsproblemen raken in deze fase uitgeput. Ze hebben vaak veel geïnvesteerd in de band met hun kind en zijn nu moe, gefrustreerd en teleurgesteld. Juist als het hechten en loslaten moeizaam gaat is het belangrijk dat ouders overeind blijven, hun zelfrespect bewaren en goed genoeg voor zichzelf zorgen.