Loyaliteit

Ieder mens heeft een primaire loyaliteit ofwel ‘zijnsloyaliteit’ aan zijn biologische ouders. Geadopteerden hebben daarnaast een secundaire of ‘verworven’ loyaliteit aan hun adoptieouders, die hen verzorgen en opvoeden.

Adoptieouders hebben de taak de biologische ouders een plaats te geven in het leven van hun kind. Dat betekent dat ze de loyaliteit van hun kind aan de biologische ouders erkennen en daarmee om leren gaan. Hoe een kind omgaat met de verschillende loyaliteiten en of het deze kan hanteren, hangt onder andere af van de mate waarin het veilig gehecht is en waarin het verdriet en rouw kan uiten en verwerken. Er kunnen ook nog verschillen zijn tussen loyaliteitsgevoelens ten aanzien van de vaders of de moeders, bijvoorbeeld omdat de biologische vader niet in beeld is. Het behoort uiteindelijk tot de ontwikkelingstaken van geadopteerden zelf om alle loyaliteiten naast elkaar te laten bestaan en er op een eigen manier vorm te geven, hoe complex ook.

Loyaliteitsproblemen bij geadopteerden

Voor adoptiekinderen kan het omgaan met de dubbele loyaliteit lastig en verwarrend zijn. Wanneer een adoptiekind niet loyaal durft te zijn aan beide ouderparen, ontstaat een loyaliteitsconflict. Loyaliteitsconflicten spelen soms ook op onbewust niveau. Er zijn grofweg twee verschillende vormen:

  • Het kind voelt zich schuldig ten opzichte van zijn biologische ouders als het van zijn adoptieouders gaat houden. Dit kan voelen als verraad. Soms wijzen geadopteerden demonstratief hun adoptieouders af en kiezen ze (onbewust) voor hun biologische ouders, die in hun ogen hun enige echte ouders zijn. Meestal identificeren ze zich dan ook met hun land van herkomst en hun afkomst, verlangen ze sterk naar contact met de biologische ouders en worden de biologische ouders geïdealiseerd. Een sterk loyaliteitsgevoel aan de biologische ouders kan het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie met de adoptieouders in de weg staan.
  • Andere kinderen durven hun loyaliteit aan hun biologische ouders niet te voelen of te uiten. Ze stellen bijvoorbeeld geen vragen over hen of doen alsof hun afkomst niet belangrijk is. Ze uiten geen interesse uit angst daarmee hun adoptieouders, met wie ze hier en nu leven en waar ze afhankelijk van zijn, te kwetsen. Hun identiteitsontwikkeling kan daarmee in de knel komen. Soms durven geadopteerden pas te gaan zoeken naar hun roots als ze door de letterlijke en/of figuurlijke afstand van hun adoptieouders (bijvoorbeeld als ze zelfstandig gaan wonen) meer ruimte gaan voelen.

Aandachtspunten adoptieouders

  • Voor adoptieouders is het soms moeilijk te begrijpen dat hun kind loyaal is aan zijn biologische ouders, terwijl deze hun kind achterlieten, verwaarloosden of mishandelden. Zij kunnen daardoor ambivalente of negatieve gevoelens hebben over de biologische ouders en (on)bewust overdragen op hun kind. Adoptieouders kunnen zich ook schuldig voelen over hun negatieve gevoelens en gedachten over de biologische ouders en deze gevoelens wegstoppen.
  • Als adoptieouders niet goed raad weten met alle gebrek aan informatie over de voorgeschiedenis van hun kind, kan het voor het kind ook voelen als een ‘verboden onderwerp’ om over in gesprek te gaan.
  • Het kan adoptieouders kwetsen als hun kind zich heftig tegen hen afzet en lijkt te kiezen voor de biologische ouders. Sommige kinderen ontkennen de negatieve informatie over de biologische ouders en projecteren ze op de adoptieouders, terwijl de adoptieouders weten dat de werkelijkheid anders is. Als adoptieouders gevoelig zijn voor afwijzing, kunnen adoptieouders en kinderen terecht komen in een negatieve spiraal van boosheid en wederzijdse afwijzing. Voor adoptieouders is het erg belangrijk om te beseffen dat hun kind worstelt met loyaliteitsgevoelens en dat zijn afwerende houding en gedrag niet op hen als persoon gericht hoeft te zijn. Voor de wederzijdse gehechtheid is het heel belangrijk dat de adoptieouders de loyaliteit aan de biologische ouders (h)erkennen.
  • Loyaliteit kan voor adoptieouders een pijnlijk onderwerp zijn en hen confronteren met hun ongewenste kinderloosheid. Zij zullen nooit de enige ouders zijn van en voor hun kind en hun onderlinge band is minder vanzelfsprekend. De biologische ouders zullen altijd een plek innemen in de belevingswereld van hun kind.
  • Sommige adoptieouders hebben de neiging negatieve eigenschappen of ongewenst gedrag van hun kind toe te schrijven aan erfelijke eigenschappen of het karakter van de biologische ouders. Als ze dit laten merken, dan zeggen ze feitelijk tegen hun kind dat zijn biologische ouders ‘niet goed zijn of niet goed genoeg zijn’ en daarmee kwetsen ze hun kind.
  • Soms schieten adoptieouders te ver door en doen ze te veel hun best om ruimte te geven aan de primaire loyaliteitsgevoelens van hun kind. Ze verheerlijken de biologische ouders te veel of ze staan overmatig stil bij het verlies van de biologische ouders. Ze geven daarmee soms te weinig aandacht aan hun eigen rol en positie. Het adoptiekind heeft hen juist nodig als stevige betrouwbare opvoeders, die zijn verdriet en loyaliteitsconflicten kunnen verdragen en hanteren.
  • In een adoptiegezin kunnen er grote verschillen zijn in loyaliteit tussen de kinderen. Zo kan het ene kind heel loyaal zijn aan de biologische ouders en het andere kind kan dit gevoel minder of niet hebben. Dit geeft vaak een bijzondere en soms complexe gezinsdynamiek.
  • Ook de manier waarop adoptieouders omgaan met de loyaliteit aan hún ouders beïnvloedt de manier waarop hun kind omgaat met zijn loyaliteitsgevoel.

Rol biologische ouders

  • Geadopteerden kunnen gemakkelijker loyaal zijn aan hun beide ouderparen als de biologische ouders hun kind hebben kunnen laten weten dat zij achter de adoptie staan.
  • Steeds meer adoptiekinderen en geadopteerden hebben contact met hun biologische ouders. De biologische ouders krijgen te maken met loyaliteitsgevoelens en -conflicten. Ook voor biologische ouders kan het heel confronterend zijn om te merken dat hun kind ook loyaal is aan zijn adoptieouders en zich gevormd heeft in een westerse cultuur. Geadopteerden kunnen in een loyaliteitsconflict terecht komen als hun biologische familie te veel aan hen gaan trekken.
    Behalve met loyaliteitsgevoelens aan adoptieouders hebben adoptiekinderen soms ook nog te maken met loyaliteit aan pleegouders, die voor hen tijdelijk gezorgd hebben en een belangrijke rol in hun leven hebben gespeeld of nog spelen.

Loyaliteit in verschillende fasen

Het hanteren van loyaliteiten verschilt per ontwikkelingsfase. Naar mate een kind ouder wordt, wordt het zich meer bewust van zijn loyaliteitsgevoelens. Ook belangrijke gebeurtenissen als een rootsreis of een overlijden van een van de ouders heeft invloed.

  • Voor een jong kind is het van wezenlijk belang dat het zeker is van zijn band met de adoptieouders. Het wil op de adoptieouders lijken, erbij horen. Afhankelijk van de leeftijd bij afstand is het zich meer of minder bewust van het bestaan van en de loyaliteit aan de biologische ouders.
  • Als het tussen de vier en acht jaar oud is, beseft een adoptiekind dat adoptie niet alleen betekent ‘gewenst zijn´ door de adoptieouders maar ook ‘verlaten of afgestaan zijn’ door de biologische ouders. Dit brengt gedachten en ideeën over de biologische ouders op gang. In het verlengde daarvan ontstaat de vraag ‘Wat beteken en betekende ik voor mijn biologische ouders en wat betekenen zij voor mij?’
  • Vooral in de puberteit spelen loyaliteitsvragen een belangrijke rol in het licht van identiteitsvragen: ‘Op wie lijk ik?’ ‘Bij wie hoor ik?’ ‘Voel ik me Colombiaan of Nederlander?’ Het losmaken van en zich afzetten tegen de adoptieouders kan een verhevigde interesse en sterkere loyaliteitsgevoelens ten opzichte van de biologische ouders tot gevolg hebben.
  • Rootsinteresse of een rootsreis naar het geboorteland maakt loyaliteitsvragen actueel. Contact met de biologische ouders of -familie heeft invloed op loyaliteitsgevoelens. Adoptiekinderen of geadopteerden kunnen soms in verwarring raken of in een loyaliteitsconflict terecht komen na een ontmoeting met hun biologische ouders.
  • Volwassen geadopteerden moeten eigen keuzes maken op welke wijze zij vorm geven aan de loyaliteit die zij voelen voor hun biologische familie, hun geboorteland en de cultuur. Er zijn grote verschillen en ook overeenkomsten in beleving en in keuzes die zij maken.

Wat kunt u als hulpverlener doen?

  • Geven van psycho-educatie over het thema loyaliteit en identiteitsvorming.
  • Samen met adoptieouders nagaan hoe het zit met de diverse loyaliteitsgevoelens in het gezin. Worstelt het kind met loyaliteitsproblemen? Wat wil hij of zij met zijn gedrag en emoties hierover uitdrukken? Kunnen ouders zich inleven in de mogelijke onderliggende gevoelens en behoeften?
  • Ruimte geven aan de gevoelens van de adoptieouders. Als adoptieouders zich kunnen uitspreken en zich begrepen voelen, ontstaat er vaak ook meer ruimte voor het kind om over zijn gevoelens en gedachten over de biologische ouders te praten. Maak onderliggende wensen, verlangens en verwachtingen helder.
  • Met de geadopteerde nieuwsgierig zijn naar hoe het zit met verbondenheid aan zijn adoptieouders en zijn biologische ouders. Wie voelt dichtbij en wie verder weg? Hoe is het nu en wat zou hij anders willen? Welke beelden en fantasieën heeft het kind over zijn biologische ouders en de reden van afstand. Hoe realistisch zijn die? Voelt hij genoeg ruimte om gedachten en gevoelens hierover te uiten bij zijn adoptieouders? Welke eigenschappen en kwaliteiten heeft het meegekregen van van zijn biologische ouders en welke van zijn adoptieouders? En wat is ook eigenheid in letterlijke en figuurlijke zin?
  • Maak eventueel gebruik van familie-opstellingen. Dit kan voor zowel voor het adoptiekind of de geadopteerde als de beide adoptieouders heel verhelderend zijn. Ook kan het helpen om te kijken naar de manier waarop het adoptiekind laat zien dat het loyaal is aan zijn biologische ouders en zijn adoptieouders. En hoe het zichzelf in de adoptiedriehoek ziet.
  • Geef ruimte aan verlangens of ideeën over contact met de biologische familie of het land van herkomst. Als er concrete plannen zijn voor een rootsreis, deze goed voorbereiden en bespreken wat ieder wil, welke verwachtingen er spelen en hoe een dergelijke reis zou kunnen uitpakken voor alle betrokkenen.
  • Stimuleer lotgenotencontact. Er zijn verschillende verenigingen voor geadopteerden. Ook adoptieouders kunnen informatie uitwisselen via bijeenkomsten van vergunninghouders of adoptieouderverenigingen. Voor meer informatie hierover kunt u contact met ons opnemen.