Verlies, verdriet en rouw

Verdriet en rouw zijn belangrijke onderwerpen bij hulpverlening aan adoptiegezinnen. Zowel de geadopteerde als de ouders hebben ingrijpende verlieservaringen te verwerken. Het zichtbaar en bespreekbaar maken van geleden verlies geeft op zich al lucht en helpt mogelijke blokkades op te heffen.

Verlieservaringen in de adoptiedriehoek

  • Adoptiekinderen verloren hun biologische ouders en familie, vertrouwde verzorgsters en speelmakkertjes uit het pleeggezin of kindertehuis, hun taal en cultuur, afstammingsinformatie en toegang tot genetisch relevante informatie. Dit alles is gebeurd zonder dat het kind hier zelf invloed op kon uitoefenen. Dat kan een basaal en langdurig gevoel van machteloosheid geven. Deze verlieservaringen, met name het besef afgestaan te zijn, kunnen verschillende gevoelens en gedachten oproepen: boosheid, verdriet, wanhoop, het gevoel niet de moeite waard te zijn, schuldgevoelens, eenzaamheid, het gevoel niet begrepen te worden, verlatingsangst. De uitingsvormen kunnen zeer uiteenlopend zijn: verzet, ontkenning, regressie, projectie, agressie, rationaliseren, slapeloosheid, spanningsklachten, veranderde eetlust, concentratieproblemen, vermoeidheid, lusteloosheid of overactief gedrag.
  • De biologische ouders verloren hun ouderschap van en het contact met het kind, een onbevangen jeugd (wanneer ze nog jong waren), sociale contacten en sociale status (als ze geïsoleerd of verstoten werden); hun gevoel van eigenwaarde, hun lichamelijke integriteit (bij verkrachting of seksueel misbruik).
  • De adoptieouders verloren de hoop op een gezamenlijk biologische eigen kind; vaak een of meer kinderen (al dan niet) tijdens de zwangerschap; een gevoel van controle over hun lichaam, leven en eigen toekomst en de mogelijkheid de familiestamboom voort te zetten.

Iedereen ervaart en verwerkt verlies op eigen manier. Hier besteden we vooral aandacht aan het verlies van adoptiekinderen/geadopteerden. Dat neemt niet weg dat ook aandacht nodig is voor de verlieservaringen van de biologische ouders en de adoptieouders. Ouders kunnen in veel gevallen hun kind helpen als zij goede handvatten krijgen aangereikt en met de hulpverlener over hun eigen gevoelens kunnen praten.

Aandachtspunten voor verliesverwerking bij de geadopteerde

  • Op het moment van adoptie kunnen kinderen vaak hun rouwgevoelens nog niet uiten of verwerken. Ze voelen zich daarvoor nog niet veilig genoeg bij hun adoptieouders. Soms hebben ze door hun ervaringen in hun geboorteland zodanig moeten overleven dat hun gevoel geblokkeerd is. Ze hebben geleerd nare of verdrietige gevoelens weg te stoppen. Hierdoor wordt rouwverwerking vaak onbewust uitgesteld of vermeden.
  • Een adoptiekind dat gehecht was aan zijn verzorger, doorloopt na aankomst in het adoptiegezin een rouwproces. Soms willen en kunnen de verzorger en het kind contact met elkaar houden. Voor adoptieouders is het belangrijk om in te schatten welk gemis hun kind ervaart en welke vorm van contact wenselijk is.
  • In elke levensfase kan het verdriet een ander karakter hebben of anders gevoeld en geuit worden. Zo gaan kinderen rond hun zesde of zevende jaar oorzaak-gevolgrelaties leggen. Ze worden zich ervan bewust dat ze voordat ze zijn geadopteerd, zijn afgestaan. Tijdens de puberteit zijn veel geadopteerden vaak intenser bezig met de betekenis van afgestaan en geadopteerd zijn. Als een geadopteerde zelf een kind krijgt, kan het verdriet of de boosheid over afgestaan zijn weer heftig oplaaien. Groeiend besef van de impact van de adoptie betekent ook groeiend besef van de omvang van het verlies. Het besef ‘tot twee culturen en twee families te behoren’ kan het verdrietige gevoel geven nergens écht bij te horen.
  • Geadopteerden hebben zelden de kans hun herinneringen aan de biologische familie te toetsen aan de werkelijkheid. Als de herinnering niet ‘geijkt’ kan worden, kan fantasie de overhand krijgen.
  • Vaak weten adoptieouders weinig van de geschiedenis van hun kind voor de adoptie. Naast het afgestaan zijn kunnen adoptiekinderen traumatische ervaringen hebben opgedaan door gebrek aan persoonlijke aandacht, ondervoeding, verwaarlozing, mishandeling of seksueel misbruik.
  • Rootsinteresse en rootsreizen kunnen nieuwe verlieservaringen geven, bijvoorbeeld als er geen aanknopingspunten zijn of er niets (meer) te vinden is, als de biologische ouders(s) blijken te zijn overleden of (nog) geen contact willen of als belangrijke informatie niet blijkt te kloppen.
  • Nieuw verlies na de adoptie, bijvoorbeeld het overlijden van een adoptieouder, een opa of oma of een echtscheiding kan veel heftiger zijn dan normaal. Oude verlieservaringen worden opnieuw doorleefd met alle erbij horende gevoelens.
  • Rouw bij adoptie is gecompliceerde rouw. Door ontbrekende puzzelstukjes in de levensgeschiedenis en blijvende of nieuwe vraagtekens die dat oproept, kan het proces soms moeilijk worden afgerond. Het herhaalt zich in verschillende levensfases.

Wat kunt u als hulpverlener doen?

  • De adoptieouders begeleiden bij het opbouwen van een goede en veilige gehechtheidsrelatie met hun kind (zie schema bouwstenen hechting). Hen toerusten met kennis en vaardigheden om de rouwgevoelens bij hun kind te herkennen en te benoemen. De ouders steunen bij het verdragen en hanteren van de boosheid, de angst of de stilte van hun kind.
    Omgaan met gevoelens van verdriet en rouw vraagt ook van de ouders dat zij onderscheid kunnen maken tussen de gevoelens en gedachten van het kind en hun eigen gevoelens en gedachten.
  • Een klankbord zijn voor ouders en kind. Hen helpen een eigen vorm te vinden om het verlies te verwerken. Geadopteerde kinderen weten vaak wat hen helpt en wat niet. Rituelen als een kaarsje branden voor de biologische moeder op Moederdag of de verjaardag, tekeningen of schilderijen maken, boetseren, samen een ik-boek of een levensboek maken, kinderboeken (voor)lezen over adoptie of lotgenotenverhalen zijn veel gebruikte vormen die kunnen helpen.
  • Alert zijn op en bespreekbaar maken van mogelijk onbewuste projecties die een rol spelen in de onderlinge relatie en communicatie. Het adoptiekind kan zich bijvoorbeeld vijandig gedragen ten opzichte van de adoptiemoeder en zo zijn boosheid en onderliggend verdriet afreageren over het feit dat zijn biologische moeder hem in de steek liet. De moeder kan te beschermend zijn voor haar adoptiekind en daarmee onbewust haar verdriet uiten om haar miskramen en haar angst om ook dit kind te verliezen.
    In alle gezinnen spelen dit soort projecties, maar in adoptiegezinnen wordt de ruis als het ware uitvergroot door de extra kwetsbaarheid van adoptieouders en kinderen vanwege hun niet vanzelfsprekende band en de geleden verliezen. Bij volwassen geadopteerden kan angst voor verlies zich bijvoorbeeld uiten in claimend en controlerend gedrag ten opzichte van de partner.
  • Indien nodig traumabehandeling, bijvoorbeeld EMDR, inzetten. Zo wordt de bijbehorende negatieve lading van het gebeurde verminderd. Negatieve gedachten worden vervangen door helpende gedachten.
    Voor het behandelen van vroegkinderlijk trauma kan gebruik gemaakt worden van de verhalenmethode van Lovett (1999). Hierbij beschrijven de ouders vanuit de belevingswereld van hun kind wat het kind heeft meegemaakt. Ook andere methodieken zoals ‘Write it junior’, waarbij de cliënt samen met de therapeut schrijft en nadenkt over de traumatische gebeurtenissen, kunnen helpen.
    Een voorwaarde voor traumatherapie is dat er voldoende basisvertrouwen is thuis. Het adoptiekind moet zich veilig genoeg voelen om zijn gevoelens te uiten. De ouders moeten in staat zijn om de soms heftige gevoelens van verdriet en boosheid goed te begeleiden.
    Ook de volwassen geadopteerde heeft iemand nodig om op terug te kunnen vallen. Na traumabehandeling kan nog een periode van hulp bij verliesverwerking nodig zijn.
  • Verliesverwerking in de vorm van individuele therapie. Dit komt in beeld als er meer nodig is dan wat de ouders kunnen bieden. Bijvoorbeeld symbool-dramatherapie, speltherapie, integratieve kindertherapie, creatieve therapie, haptotherapie met als doel het kind te helpen om diepe gevoelens van verdriet en rouw te verwerken. Belangrijk is dat de therapeut de ouders betrekt bij het proces van hun kind. Voor meer informatie zie veelgebruikte methodieken.
  • Voor volwassen geadopteerden kunnen, naast verschillende vormen van individuele therapie gericht op verliesverwerking, ook familie-opstellingen en lotgenotencontact helpend zijn.